2015 Stalingrad 2 – tot Zwarte Zee

Dag 10 (zondag 10 mei 2015):

Bezoek Volgograd

Vandaag is het moederdag. Ik vlieg (in gedachten) eventjes terug naar België, en naar alle moedertjes die ik daar achtergelaten heb. Ik ben ze dankbaar voor alles wat ze mij schonken en  wens ze een leuke dag toe. Hierbij gevoegd vinden ze dan ook wat lekkers voor in de namiddag.

voor-moederWat gisteren niet kon, moet vandaag kunnen: de Mamayev Koergan én de korte mouwkes ! Het weer ziet er in elk geval prachtig uit !

Vroeg ontbijten, snel vertrekken, en óp naar de Mamayev Koergan. We kennen de weg en de tram. Daar is het naar boven de heuvel op. De hele tocht tot aan de voet van het enorme vrouwenbeeld is toch erg onderhoudend.mamayev1Het eerste deel van de beklimming van de heuvel heeft veel weg van een calvarietocht langsheen evocaties van het Russisch heldendom en martelaarschap tijdens de slag om Stalingrad. mamayev2Op de kruin van het hoofd van de Mamayev Koergan zien we nu en dan het hoofd en een verrekijker van een sluipschutter verschijnen. In een soort mausoleum staan een aantal duizend namen van slachtoffers en een eeuwige vlam. mamayev3De ingang wordt ‘bewaakt’ door twee onbewogen wachters. De bezoekers schuifelen langzaam langs de zijwand naar boven naar een bovengelegen verdiep waar aan de uitgang ook twee wachters stokstijf staan. Een officier komt hen regelmatig keuren en wist het zweet van hun gezicht. We hebben het geluk de aflossing van de wacht mee te maken: toch telkens een gebeurtenis ! De massa mensen gaat eerbiedig opzij als ze  statig passeren. Dan weer verder naar boven tot aan de voet, letterlijk, van de Mamayev Koergan.mamayev4 Het geheel doet wat denken aan onze Leeuw van Waterloo, maar dan veel, véél, groter en grootser.

We keren terug naar de stad voor een bezoek aan het panorama-museum. Groot is onze teleurstelling als de ingang gesloten is en er een briefje aan de deur hangt. Maar uiteindelijk maken we er uit op dat de ingang op een lager gelegen niveau gelegen is.  We moeten wel bijna een uur aanschuiven in de brandende zon.

Het panorama-museum is heel erg verzorgd; onder andere het slagveld wordt bijna levensecht voorgesteld.stalingrad1 De vele aspecten van de oorlog worden er uit de doeken gedaan. Opvallend natuurlijk is het erg in de verf zetten van de misdaden van de Nazi’s, maar het verzwijgen van deze van Stalin.

Na het vermoeiende bezoek aan het museum is het tijd om de opgebruikte reserves wat aan te vullen. Na toch eerst nog een stevige wandeling langs de Volga dwingen onze vermoeide voeten ons naar een restaurantje aan de promenade. Het blijkt daar wel wat duur, temeer daar we de kleine steak met friet niet kunnen krijgen. Dan maar de grote… Tot onze grote verwondering blijkt die steak een grote prachtig geroosterde vis te zijn: heel lekker. Terwijl we dan toch met het geld aan het smijten zijn dan nog een tiramisu besteld. De rekening is wel een verrassing: deze blijkt reeds betaald door een voor ons totaal onbekend iemand die een tafeltje verder moet gezeten hebben, en die reeds weg is. Groot mysterie: wie, hoeveel, waarom ? Spijtig, anders hadden we hem kunnen vragen of dat nog eens zou kunnen deze avond.

Weer op stap. Ik wil toch zeker nog eens het centraal station zien. Binnenin is net een fototentoonstelling over de situatie van het station en omgeving net na de vernielingen van de oorlog. Op één van de foto’s stond het station nog in brand. Het station heeft verder nog indrukwekkende plafondschilderingen en een enorme prachtige luster.

Nog een tomatensoepje in het hotel sluit mijn avond af. Op tijd in bed, want morgen weer een zware dag voor de boeg in een primitief achtergesteld deel van Rusland.

Eddy schreef:

Zondag 10 mei. Lilian, Frank, Alain en ik vertrekken vroeg naar de Mamaev Kurgan. Er is nog niet veel volk. Wat een sfeer: de trap met aan weerzijde bas-reliëfs, verder een waterpartij met een groot beeld, verder omhoog beelden aan de kant, nog hoger een andere muur met bas-reliëfs, het ronde mausoleum met daarbinnen de eeuwige vlam bewaakt door 4 wachters die stokstijf staan.

De wachters worden afgelost met de typische trage ganzenpas. Helemaal boven staat het gigantische beeld: de vrouw met het zwaard.

Boven op de heuvel, lager dan het beeld, staat ook nog een kerkje.

Het volk begint nu weer toe te stromen, niet meer zo overvloedig als gisteren maar toch enorm veel.

We rijden met de tram terug en gaan naar het panoramamuseum over de oorlog. We schuiven 1 uur aan in de zon voor we binnen kunnen. Ondertussen begint het volk spontaan te applaudisseren wanneer een veteraan voorbij komt. Sommige omstaanders overhandigen hem bloemen. Wat een respect voor deze ‘helden’!

Het museum is erg knap maar het is spijtig dat de diorama’s niet bevolkt zijn met aangeklede poppen.

We gaan in een nogal duur restaurant eten. Ik eet vis waarvan de graten netjes kunnen verwijderd worden; erg lekker. Na het eten vraag ik de rekening. De dienster zegt iets over betalen en een koppel aan de andere tafel. Ik begrijp niet wat ze bedoelt. Wat later vraag ik opnieuw de rekening. Dan begrijp ik haar. Het koppel aan de andere tafel, inmiddels vertrokken, heeft onze rekening (4 pers.) betaald omdat wij buitenlanders zijn. We geven de dienster een fooi van 400 Roebel.

Het wordt kouder en begint licht te regenen. We drinken iets in het Grand Café en gaan vervolgens kijken aan en in het station. We kijken ook nog rond aan de eeuwige vlam aan de obelisk in het centrum.

Dag 11 (maandag 11 mei 2015):

Volgograd > Stavropol RUS – 560 km

Ontbijt om zeven uur: het is toch weer niet in orde. Altijd ontbreekt iets in dit hotel. Sedert eergisteren zijn op meerdere kamers  geen verse handdoeken of geen toiletpapier meer. Bij het afgeven van mijn sleutel is mijn papiertje van het hotelbezoek zoek. Uiteindelijk vinden we zelf uit dat de receptioniste het gaf aan de verkeerde persoon. Onze namen beginnen alle twee met ‘Van’…

Bijna een uur rijden vooraleer we uit de agglomeratie Stalingrad wegraken. Vandaar komen we ineens op een soort steppe terecht. Mooi rijden. Koeien en schapen lopen los op de velden, evenals op straat, en tussen de benzinepompen van een benzinestation. Bij het tanken worden we omringd door Mongools uitziende Russen: blijkbaar zijn een aantal Mongolen hier blijven hangen na de inval Genghis Khan en voelden ze zich thuis op deze enigszins op de Mongools lijkende glooiende steppen. (Achteraf hoor ik dat het Kazachen zijn). Wat verder tank ik daar nafte aan een pomp uit de jaren stillekens: een reliek uit de oude Sovjettijd. Je kunt er slechts per liter tanken. In plaats van rollende cijfertjes wijst een wijzer het aantal liters aan zoals op een klok.

Het is zonnig en tamelijk warm en de truitjes vliegen de koffer in.

Wat verder worden we door de politie tegengehouden. De agent wil enkel weten waar we wonen, en waar we heen gaan. Hij is erg vriendelijk.

Tegen de middag gaan we eten: een lekkere borsch met brood. We zijn net op tijd, want er komt meer volk toe, en er is geen plaats. Vlakbij de parking lopen een paar echte kamelen, met elk twee bulten dus, en staan een paar Yourts, grote ronde woningtenten die je ook in Mongolië ziet.

We passeren als het ware dwars door een enorm meer over een soort eilandbrug. Aan de kant van het water zitten tientallen kleine witte reigers. Terug korte politiecontrole. Niets aan de hand: ze zijn enkel nieuwsgierig.

In de namiddag druppelt het nu en dan. Hier passeren we door echt vruchtbaar landbouwgebied met prachtige enorm uitgestrekte velden met graan of koolzaad: intensieve teelt. Daar kan nog wel onweer van komen. En jawel, wat later moeten we onze regenpakken aantrekken. De regen is van heel korte duur, en algauw bereiken we het hotel onder een warme droge zon. We hebben vandaag een prachtige route gereden.

In het hotel word ik naar mijn (single) kamer begeleid door een vriendelijke kamerjuffrouw. Ze zwiert de kamerdeur met een grote zwaai open. Midden in de kamer staat daar echter een man met nog enkel een slipje aan ! Alle drie staan we verrast en verbaasd naar elkaar te kijken. Terug naar beneden. Dan de juiste kamer gekregen. De kamerdeuren openen met een chipkaart waar geen kamernummer op staat…

’s Avonds nog een miniwandelig, want het is hier redelijk vroeg donker, en dan wat eten in een Georgisch restaurantje. Spijtig genoeg meer ajuin en azijn dan de rijst en het lamsvlees samen. De eerste culinaire tegenvaller van de reis. Maar de rijst en het vlees zelf kunnen er door. Verslag maken en gaan slapen.

Eddy schreef:

Zondag 11 mei. Ik rijd samen met René, Erik en Willem. Ten zuiden van Volgograd verandert het landschap. Voorheen waren het veel bossen maar nu is er enkel nog droge steppe. Vele kilometers verder wordt het groener en glooiend met regelmatig veeteelt en dikwijls koeien op de weg.

Voorbij Elista zijn er enorme oppervlakten met landbouw. Er is ook weer veel politiecontrole met even buiten Volgograd een grote controle op Kaukasiërs die er met enkele autobussen staan.

De eerste regen onderweg is ook van de partij maar niet constant. We stoppen aan een ‘kafe’ waar aan de muur vader en zoon Kadirov hangen: dus Tsjetsjenen.

Nadien wordt onze groep uitgebreid met Lex, Jeroen, Martin en Patrick. We stoppen aan een ‘kafe’ waar voor de deur een ‘joert’ staat. We gaan binnen en bevinden ons in een Kalmuks restaurantje. We eten er vlees in een bouillon met ajuin en vervolgens rijst met (stoof)vlees en saus. De dame legt nog wat dingen op tafel en op de toog voor ons en tooit zich in een typische geborduurde jas. De rekening is nadien navenant; bijna 1000 Roebel de man.

We slapen in hotel Intourist in Stavropol. (64112 km) Betreft een mooi gebouw uit de Sovjet-tijd waar ik een kamer alleen heb. Het restaurant is een heel grote ruimte met dansvloer. De bediening is niet alles want van het menu is maar de helft beschikbaar en de frieten worden een kwartier voor de rest gebracht.

Dag 12 (dinsdag 12 mei 2015):

Stavropol > Vladikavkaz RUS – ca. 375 km

Deze morgen ontbijt om 7 uur, maar eerst maak ik nog een kleine wandeling door de stad. In feite niets bijzonders, maar het doet toch deugd een half uurtje de benen te strekken. Het ontbijt is onvoorstelbaar: er mankeert (naar onze normen) van alles, maar het brood is heerlijk, en er is lekkere rijst met kip. Jullie raden het al: Ik heb mijn mislukte avondmaal van gisteravond hier nu overgedaan.

Stavropol vlot verlaten. Vandaag zijn Jop en Toos reeds vroeger vertrokken, alleen. Ook Edi is vroeger weg, ook al alleen. Dus ‘op stap’ enkel met Frank en Liliane. De weg is goed, heel vaak vierbaans, en gaat dus vlot vooruit.

Onderweg even gestopt aan een cafeetje, want de autostrade doet ons knikkebollen. Daar treffen we typisch kaukasische ‘zakenmensen’ aan het werk: rechtstaand, even met elkaar babbelend, voortdurend gaan telefoneren en één of ander louche(?) zaakje regelend, en heel geïnteresseerd wanneer ze ons zien aankomen. We blijven er een hele tijd mee converseren. België is voor hen bekend voor de goede en grote tapijten. Ik denk niet dat ze de wandtapijten van Oudenaarde en Brussel bedoelen. Ze willen absoluut niet op de foto.  Dan maar naar binnen voor een heel lekkere kop koffie.

Terug op de moto. De vlakte aan de voet van de Kaukasus wordt hier en daar onderbroken door een grote heuvel. Opnieuw veel mooie gele en groene velden, maar dan weer verder enkel klassiek buccolische landschappen, onderbroken door lange weglinten, waar koeien en schapen schaamteloos gebruik van maken.

Het middagmaal nemen we in een proper wegrestaurantje. Een uiterst vriendelijke vrouw zet ons soep, een slaatje, aardappelen en vlees voor. Gelukkig allemaal vlot verteerbare kost, want het is wel een serieuze hoeveelheid. Ik zou een A4tje kunnen besteden aan de toiletten die we onderweg zagen. Het toilet hier was één van de properste.

Een laatste stop om te tanken omstreeks 4 uur. Nieuw tankstation, heel modern, en met propere normale toiletten. Ik word hier overvallen door het personeel om mij uit te horen over onze reis.

Ik passeer een bordje met ‘Beslan’. Mijn frank valt niet, de frank van Frank valt ook niet, en we rijden verder. De laatste tien minuten van de rit valt er een lichte regen. We passeren voorbij een groot metallo-industrieel complex, gelegen aan de spoorweg.

We komen net op tijd aan in het hotel, want de regen verdappert. Hier in dit grote duistere hotelgebouw is een grote renovatie aan de gang geweest. Ik durf niet zeggen dat die renovatie geslaagd is, maar mijn kamer is OK. Eduard doet echter nogal zijn beklag. Ik heb uitzicht op de spoorweg en begin een vertrekkende trein te filmen. Ik verschiet me een bult wanneer ik zie dat de trein geladen is met een enorme hoeveelheid zwaar militair materiaal zoals tanks, vrachtwagens en raketlanceerders. Ik stop meteen met filmen en wis het filmpje snel uit. Ik heb geen zin om hier nog een weekje te blijven om het uit te leggen…

We komen pas nu in het hotel te weten dat we Beslan passeerden, waar enige jaren terug een gans schooltje werd uitgemoord door terroristen. Wij waren de enige die dit niet wisten. Bij het ter beschikking stellen van mijn eigen roadbook aan de ganse groep had ik nochtans uitdrukkelijk gevraagd interessante reisdoelen aan elkaar mee te delen. Dit is niet gebeurd. Dit feit is tekenend voor dit reisgezelschap. De groepsgeest is ver zoek. 

In het hotel bestel ik onze maaltijd, in het Russisch; de dienster antwoordt mij en geeft suggesties, in het Engels. Dat gaat zo even over en weer: ik in het Russisch, zij in het Engels. Nu afwachten of het juiste eten besteld is… In de hall van het hotel is een bende meisjes van ongeveer 8 à 10 jaar aan het oefenen voor traditionele dansen. ze zijn uitgedost in pakjes, en komen enthousiast op foto en film. Doet mij denken aan de jeugd van mijn drie dochters, jaren terug, en aan hun mama die aan de koordjes trok.

Na de maaltijd komen plots vier zware mannen naar ons. Zij zaten een tafeltje verder. Zij trakteren ons met een fles Vodka, een fles likeur, en een fles champagne. We moeten dat verdelen onder ons negen. Even later zijn ze verdwenen. Mogelijk is dit een soort verplichting in het kader van de spreekwoordelijke gastvrijheid die je in deze regio aantreft.

Eddy schreef:

Dinsdag 12 mei. Ik start de dag met René, Erik en Willem. Later komen er de 4 van gisteren weer bij. De straten van Stavropol zijn veel beter dan die van de vorige steden. Eenmaal buiten de stad is het landschap glooiend. Er zijn weer veel politiecontroles.

’s Middags eten we ‘plov’ en drinken thee voor 200 Roebel.

René neemt ons mee naar Beslan op ongeveer 20 km van Vladikavkaz. We komen aan de spoorweg met aan de overkant een splinternieuwe school. We weten niet wat te denken. Een bewaker komt de spoorweg over en zegt me dat dit de nieuwe school is die ook een museumpje herbergt. De oude school ligt 400 meter verder aan dezelfde kant van de spoorweg.

Het volledige gebouw staat er nog voor het grootste deel omheind. Boven de turnzaal is een betonnen dak aangebracht en er rond een versierde, geel metalen wand. Aan een kant van het plein waarop de turnzaal staat, is een wand gezet waarop alle namen van de slachtoffers vermeld (324).

In de turnzaal hangt een indringende, emotionele sfeer. De muren zijn bekleed met fotootjes van slachtoffers, er liggen overal bloemen en knuffels en centraal staat een groot kruis. Men is er in geslaagd om dit alles sereen te houden.

In Vladikavkaz is het andermaal gevaarlijk rijden door de tramsporen die soms hoog uit het wegdek steken en door metalen platen die er soms tussen liggen.

Verblijf in hotel Arman, een afschuwelijk gebouw. (64518 km)

De receptie bevindt zich op de tweede verdieping, enkel te bereiken via de trap. De vloeren, trappen en muren zijn wit betegeld. Vanuit de receptie moet je een andere trap af om dan weer hoger op te klimmen naar de kamers. Blijkbaar is er dan ook nog een enorm verschil tussen de kamers onder het dak (heel kaal en de badkamer met een douche waar je niet kunt in recht staan vanwege het schuine dak) en de lager gelegen kamers (goed uitgeruste badkamer, zitkamer en slaapkamer).

We eten in het restaurant van het hotel; ik een enorme ‘perog’.

In een andere ruimte is een feest bezig. De organisator daarvan brengt ons een fles vodka, wijn en brandy.

Dag 13 (woensdag 13 mei 2015):

Vladikavkaz RUS > Tblisi GE – ca. 200 km

Bij het ontbijt om 7 uur zien we een eigenaardige groep van zo ’n 25 personen: oudere mannen, zoals wij, vergezeld van meisjes van 18 tot 25 jaar. De meisjes zitten bij elkaar, maar gaan toch nogal, (al te?) vriendschappelijk om met de mannen. Het zijn de mannen die ons gisteravond trakteerden. Het ontbijt verloopt wat chaotisch door de plotse toestroom van 40 man, maar toch slaagt het nijvere dienstertje er in snel en vriendelijk alles aan te vullen. Je moet het hen wel nageven: die Kaukasiers zijn van de vriendelijke soort!

Het regent, en het ziet er naar uit dat dit niet gaat ophouden. We vertrekken in regenpak, laten de kleine stad snel achter ons en rijden steil de bergen in. Straks komt de grensovergang met Georgië. De weg aan Russische zijde is prima. De grensformaliteiten verlopen vriendelijk en vlot: op minder dan 1 uur zijn ik en mijn moto uitgeklaard. Enkele kilometers verder dan de Georgische grens.

Geen visum nodig, geen invoerformaliteiten voor de motor; enkel controle (en fotokopie) van paspoort en motorpapieren. Ik word door de douaniers onmiddellijk voort gestuurd, helemaal alleen de regen in.

(Ik verneem achteraf dat de motor van Frank niet meer wou starten. Hij staat daar nu vast aan de grens. Een takelwagen bracht hen naar een garage in Tblisi.)

Dus gans alleen de regen terug in. Er is hier nauwelijks iets wat je een weg kunt noemen. Ik rij hier en daar over ruwe bultige rotsen. Mijn Transalp is er echter voor gemaakt en hobbelt en bonkt rustig verder. Dan kom ik op een nieuw aangelegde weg. Ik passeer Gveleti, wat letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt van de Georgische Militaire Weg had moeten worden. De regen gaat geleidelijk over in smeltende sneeuw, en nog wat verder in vlokkerig aanvriezende sneeuw.  Ik moet voortdurend de sneeuw van mijn vizier vegen. Gelukkig heb ik goed gegeten en heb ik geen last van de kou. De ondergrond is niet bevroren en de sneeuw koekt niet samen tot ijs, zodat mijn BattleWings voldoende grip houden op de weg. Doorheen de sneeuwvlokken zie ik al die soldaten die door de eeuwen heen naar het front werden gestuurd; daar wat verder wacht hen een heel kleine kans om met heel veel geluk een bijna zekere dood nog net te vermijden. Terugkeer is onmogelijk: daar wacht hen de kogel voorzien voor lafaards en deserteurs. 

Wat verder in het ondergesneeuwd dorpje Kazbegi staat Lex in de kou en de sneeuw te wachten op een maatje, om mee samen te rijden over dit moeilijke traject. Door de sneeuw hebben we geen idee waar we precies zitten, en het pleintje vol ondergesneeuwde auto’s is niet uitnodigend om hier lang te blijven toeven. We bespreken even wat we kunnen doen. Het heeft geen zin te wachten op de anderen, want één medemotard in de gaten houden is al lastig genoeg. We rijden dan samen verder. Eerst lijkt het vlot te gaan. Hier en daar lopen koeien over de besneeuwde weg. Een half uur later gaat Lex voorop rijden en steekt een tankwagen voorbij. Net op dat moment verslecht de toestand van de weg, allemaal modder, putten, water en sneeuw, en blijf ik achter de tankwagen hangen. Het lijkt een eeuwigheid, maar vijf minuten later kan ik hem toch voorbij wanneer de politie alle vrachtwagens verplicht aan de kant te gaan. Na nog een vol uur hobbelen, bobbelen en ploeteren is de sneeuwzone achter de rug. We hebben het overleefd. Hier valt geen sneeuw meer en we parkeren onze moto’s aan een cafeetje goed zichtbaar voor de anderen aan de rand van de weg. Dit is een geschikte en zichtbare plaats om de anderen op te wachten en ons ondertussen op te warmen. Het is nu wel twaalf uur gepasseerd, want we zitten weer in een andere tijdzone. We eten wat brood met boter en smetana. De bende van Wim stuikt een uur  later ook het gelagzaaltje binnen met veel lawaai en tamtam. Ik rij niet graag in een grote groep, want dan moet ik voortdurend in mijn spiegels kijken, en besluit alleen verder te rijden. Ik heb ook nog een gans programma af te werken, en ik verwacht niet dat de anderen, na dit witte avontuur, nog veel zin hebben om onderweg iets te gaan bezoeken.

Deze weg, de Georgische Militaire Weg, staat bekend als een heel mooie bergweg, maar door de regen kan ik er niet echt volop van genieten. De tarmac is vanaf hier gelukkig in goede staat. Deze route werd door de eeuwen heen gebruikt door indringers en handelaars, en ontleent haar naam aan de militairen die haar tweehonderd jaar terug voltooiden.

Ik moet inhouden voor een enorme kudde schapen, begeleid door een vijftal herders en ezels met bepakking. Tussen de schapen lopen grote herdershonden. Ze zijn rustig en vallen helemaal niet op gezien ze even groot zijn als schapen en een gelijkaardige dikke gele vacht hebben. De herders beschermen zich tegen de gutsende regen door enorme capes, over hun hoofd opgehangen.  Ik maak even een praatje in het Russisch met één van hen, maar ik moet hem teleurstellen wanneer hij mij met een gebaar om sigaretten vraagt.

Een pittoresk ommuurd dorpje aan de rand van een groot meer lonkt, maar kan mij niet verleiden omwille van de aanhoudende regen. Wat verder zie ik de motor van Rob staan op de parking van een restaurantje. Ik stap binnen en ga op zoek naar Rob, maar vind hem niet terug. Ik rij dan maar weer verder. Net voor Metscheta klaart het op, wordt het droog en ben ik enkele uurtjes zoet. Metscheta was vroeger de hoofdstad van Georgië. Het centrum is verkeersvrij, dus wacht mij een fikse wandeling in mijn koude, totaal verzopen bottienen.

Daarna weer verder: een steile klim met de Transalp naar het Jvariklooster, dat op een hoge rots aan de overkant van de rivier lijkt te waken over de inwoners van de historische hoofdstad. Het uitzicht is adembenemend.

Op zoek naar het hotel rij ik te ver, en kom in de drukke binnenstad van Tblisi terecht. Ik krijg een bezorgd telefoontje van Rob, omdat ik als enige het hotel nog niet bereikt heb. Ik stel hem gerust en zet mijn zoektocht verder. Het is hier vroeg donker. Mijn TomTom werkt hier niet. Mijn Lumia toont mij gelukkig perfect mijn positie, maar geeft mij geen rijbegeleiding naar het hotel. Ik moet telkens stoppen om mijn positie te bepalen, en dan weer verder te rijden, en kom uiteindelijk om kwart voor negen in het hotel aan, nog net op tijd voor wat soep, een slaatje, brood en kaas.

Eddy schreef:

Woensdag 13 mei. Rob deelt tijdens het ontbijt mee dat je via hem (en Dafne in Nederland) alsnog een verzekering kan afsluiten voor Georgië. Ik reken erop dat ik dat kan doen aan de grens zoals eerder gezegd op de infovergadering van einde maart.

Ik rijd alleen weg aan het hotel. Er is al een groepje vertrokken en anderen staan nog te wachten. Alleen is het simpeler om de stad te verlaten. Het valt op dat de straten waar geen tramsporen liggen erg goed zijn. De weg buiten de stad, richting grens, is zelfs erg goed. Enkele kilometers voor de grens zie ik de eerder vertrokken groep een benzinestation oprijden. Ik ga verder en rijd nog 2 politieposten voorbij die er uitzien als kleine forten met een bunker als ingang.

Ik kom aan de Russische grenspost en toon er mijn paspoort. Ik mag verder naar de eigenlijke controle. Eerst moet mijn motor uitgeklaard worden. Ik mag in het bureeltje van de douanier binnen en mag er op een bankje zitten terwijl hij de formaliteiten vervult. De anderen die toekomen wanneer ik de grens overrijd, moeten buiten blijven wachten. Na de douaneformaliteiten is het de paspoortcontrole. De vrouwelijke beambte weet het blijkbaar niet goed en wordt bijgestaan door een collega die dan ondertussen mijn bagage nakijkt (enkel mijn koffers openen en terug sluiten). Die collega wijst erop dat het wel erg lang duurt en ik krijg dan toch mijn uitgangsstempel.

Ik rijd enkele honderden meters tot aan de Georgische grenscontrole. Weer wat vragen over de motor, een stempel in het paspoort en ik mag vertrekken. Ik vraag naar een verzekering en verneem dat die niet nodig is. Ik rijd dus niet verzekerd Georgië binnen!

Terwijl ik aan de grenscontrole sta, zie ik een auto toekomen waar sneeuw op hangt!

Blijkt dat enkele anderen van het gezelschap hun gestreept lintje nog aan hun motor hadden hangen. Dat wekt wrevel op bij de grenspost en de lintjes worden simpelweg in beslag genomen.

De weg vanaf de grenspost is ongelooflijk slecht: gewoon uitgehouwen uit de rotsen met enorme putten en oneffenheden. Ik rijd voorzichtig verder en vrij vlug kom ik in een sneeuwstorm terecht.

Bovendien blijft de sneeuw ook liggen en de temperatuur is gezakt naar het vriespunt. Ik tracht in de sporen te rijden van auto’s die me inhalen. Dat gaat een hele tijd goed tot mijn achterwiel uitbreekt en ik onderuit ga. Mijn motor ligt in tegenovergestelde richting.

Gelukkig is er op dat ogenblik geen ander verkeer. Ik loop geen schade op. Mijn motor ligt op de linker cilinder en zijkoffer. Ik krijg hem uiteraard niet alleen recht. Ik houd een auto tegen en vraag me te helpen. Ik krijg die hulp dan ook. Wanneer de motor recht staat, kan ik de schade opnemen. De cilinderbeschermer heeft de slag opgevangen maar is wel afgerukt en het kleppendeksel is geschaafd. Wat een geluk! Ik krijg de machine echter niet gestart. De bereidwillige man zegt me dat hij me zal komen helpen indien nodig en geeft me zijn telefoonnummer.

Na zijn vertrek tracht ik opnieuw te starten zonder resultaat. Dan realiseer ik me dat de motor nog in derde versnelling staat. Ik zet hem in neutraal en kan terug starten. Inmiddels ben ik doorweekt van de sneeuw. Ik moet nu gedraaid raken op een erg smalle plek. Na veel moeite lukt me dat. Ik schraap al mijn moed samen en vertrek terug, nog voorzichtiger dan tevoren. De weg wordt nog slechter en de auto’s zoeken een doorgang tussen de grote putten en bulten.

Ik kom aan bij een politiepost en besluit om te stoppen. Ik ga binnen en vraag of ik verder kan. Dat wordt me ten zeerste afgeraden en ze zeggen dat het onmogelijk is om verder te rijden. De 5 agenten sturen me ook buiten want ik maak hun bureel nat. Ik schuil wat aan de zijkant van het gebouw tot ik Stefan zie opdagen. Hij heeft op zijn machine terreinbanden en heeft het blijkbaar gemakkelijker om vooruit te komen. Hij zegt dat al de anderen beneden zijn blijven wachten en stelt me voor om samen verder te rijden.

De weg blijft even slecht maar iets verder blijkt de sneeuw niet meer zo dik te blijven liggen maar verandert in een pap. We zijn nog bijlange niet over het hoogste punt van 2384 meter maar het rijden wordt iets gemakkelijker. Dan komen we aan een reeks van tunnels. Eveneens uitgehakt in de rotsen en totaal onverlicht. Binnen is het donker als de hel en een bepaald moment realiseer ik me dat ik op de muur afrijd. Ik kan tijdig stoppen. Dit is een nachtmerrie. Uiteindelijk bereiken we het hoogste punt waar het inmiddels licht hagelt en vervolgens regent.

We dalen nu af en bereiken het dal zonder verdere problemen. Onderweg zien we wel enkele vrachtwagens die in het decor hangen, waarschijnlijk van ongevallen vele weken of maanden voordien.

De temperatuur is ondertussen gestegen maar ik ben totaal verkleumd en mijn kloten zijn kletsnat van het sneeuwwater. Stefan stopt nog ergens om foto’s te nemen. Ik haast me verder naar het hotel in Tbilisi voor een warme douche. Ik word nog een keer tegen gehouden door een kudde gevormd door een massa geiten en koeien die over de weg loopt met een herder en enkele honden.

In hotel Beaumonde Garden geniet ik van de warme douche. (64714 km)

Ik bel later naar Ethias en verneem dat ze me geen verzekering kunnen bezorgen voor Georgië. Uiteindelijk moet ik dus terecht bij Rob voor een verzekering van €148.

Tijdens de tocht over de Kaukasus heeft de motor van Frank en Lilian het begeven. Er waren al eerder problemen met een olielek maar nu heeft de elektronica het begeven. De motor wordt tot in Tbilisi getakeld.

’s Avonds eet ik ‘katchapurian’ in het restaurant van het hotel.

Dag 14 (donderdag 14 mei 2015):

rustdag in Tblisi GE

Na het ontbijt vertrek ik met Frank, Lilian, en Stefan in een taxi naar het centrum. Eerst te voet naar het fort dat boven op de rots hoog uittorent boven de oude stad. Dan nog wat hoger naar het beeld van moeder Georgia die waakt over haar kinderen. Terug beneden komen horden Roma’s ons lastig vallen. Het weer is aangenaam, maar nu en dan druppelt het toch.

Dan een (uitwendig) bezoekje aan de oude thermische baden. een vrouw zegt ons onvriendelijk dat enkel privébaden mogelijk zijn. Wat ze er mee bedoelde weet ik niet. Dacht ze nu echt dat we met drie mannen en één vrouw in bad wilden? Aan de overkant van het riviertje dat het oudste stadsgedeelte in twee doorsnijdt staat de oude moskee in de steigers. 100 meter verder staat de Sionische kathedraal, een eeuwenlang opgelapte en verbouwde kerk die zowat 1500 jaar oud is. (Jullie merken dat ik langzaam aan opschuif in de richting van de wieg van onze beschaving; later meer daar over). Er is een orthodoxe kerkdienst aan de gang: het gaat er heel chaotisch aan toe; mensen komen binnen en buiten; celebranten en misdienaars? verlaten even hun post of zelfs de kerk om wat op hun smartphone te gaan tokkelen, en gaan dan weer binnen en doen verder alsof er niets gebeurd is. Iemand komt binnen en gaat even babbelen met de voorlezer. In Sioni Street verdrinken we in alles wat oog, oren en tong streelt. Is het het mooie dienstertje dat naar Stefan gelonkt heeft of niet ?, hij stelt voor om in Restaurant Nero iets te gaan eten. Daar eten we eerst Ghinkali, en dan Mtsvadi met een slaatje en brood, en een glaasje wereldbefaamde Georgische wijn.

Na de middag is het helemaal gestopt met regenen en gaan we naar het Historisch Museum van Tbilisi: dat is gevestigd in een voormalige caravanserail, waar op de benedenverdieping wat winkeltjes zijn, en bovenaan het eigenlijke museum. Een Française die net buitenkomt zegt dat het niet veel soeps is en raadt ons aan naar het Georgisch Historisch Museum te gaan in Rustaveli Street. De straatnamen worden hier meestal aangeduid in het Georgisch en het Engels. Het Russisch is grotendeels uit het straatbeeld verdwenen. Jongere mensen spreken vooral Engels als tweede taal. Terug op stap worden we binnengezogen in een prachtige synagoge, waar Chaim ons meeneemt naar de bovenverdieping, waar een nog grotere en mooiere tempelzaal is. Hij neemt dan nog een foto van ons, en komt er dan zelf op staan met Frank en mij. Een andere kleinere synagoge wat verder is dicht. Ook het Georgisch Historisch Museum blijkt gesloten.

Die Rustaveli is een drukke straat met heel veel verkeer, en we duiken toch weer de kleinere straatjes in. We komen dan in een wijk waar kleine ambachten uitgeoefend worden. Dat komt net uit want het stiksel bovenop mijn bottine is losgekomen. We gaan een keldertje binnen waar meerdere mannen bezig zijn met allerhande herstellingen. Ik toon de bottine aan één van hen die net schoenen aan het repareren is. Hij neemt ons mee naar een ander ateliertje in een naastgelegen pand, waar terug een zestal mensen aan het werk zijn. Eén ervan heeft een grote naaimachine voor leder, maar hij slaagt er niet in de naald doorheen de Mefisto te krijgen, en verwijst mij op zijn beurt door naar een stokoud ventje die aan een tafeltje van 50 op 60 cm werkt, en de herstelling met de hand zal doen met de hulp van els en draad. Hij vraagt me dan na een half uur werk 8 Lari (3 Euro). Ik geef hem wat meer, want Stefan, Frank en Liliane hebben ondertussen elk een biertje gekregen. Omdat het teveel is en ik geen biertje wil, geeft hij mij een hele fles wijn mee…

Het is ondertussen bijna zes uur en we nemen de taxi terug naar het hotel. Het wordt hier stilletjes aan donker vanaf 19u.

De motor van Frank en Liliane kan niet hersteld worden. Wij nemen morgen afscheid van hen. Ze keren met het vliegtuig terug.

Eddy schreef:

Donderdag 14 mei. We gaan de stad in (René, Willem, Erik, Jeroen, Lex, Martin, Patrick en ik) aan boord van 2 taxi’s. Prijs van de rit 10 Lari.

We kijken eerst rond in de oudste straten van de stad met dito huizen. Aan een afvalcontainer zien we hoe een vrouw in een soort van overall eetbaars probeert te vinden. Ze hangt over de rand van de container en haalt er ‘lekkers’ uit. Maar ze wordt belaagd door straatkatten en wanneer een van de dieren erin slaagt om iets te stelen, scheldt de vrouw het beest voor rot.

Wij worden een tijdje belaagd door vrouwelijke zigeuners die geld willen.

Via de moderne voetgangersbrug steken we de rivier over op weg naar de kabelbaan die ons tot boven brengt. Een mooi uitzicht is er niet echt gezien de zon inmiddels verdwenen is. We dalen te voet af en in een mooi restaurant eten we ‘khinkali’, een soort ‘mante’ maar met een knotsje waar het deeg is samen gedraaid.

We wandelen ook nog door de hoofdstraat met druk verkeer, bijhorende stank en lawaai. Voor voetgangers wordt hier niet gestopt en motoren worden weggedrukt door de auto’s.

Met een taxi keren we terug naar het hotel voor 7 Lari.

Frank en Lilian hebben slecht nieuws gekregen wat betreft hun BMW R1100RT: herstel is niet mogelijk (stuk moet vanuit Duitsland worden opgestuurd en zo weken duren). Dus laten ze hun motor achter en ze keren huiswaarts met het vliegtuig.

Dag 15 (vrijdag 15 mei 2015):

Tblisi > Tskaltubo GE – ca. 292 km

Ik vertrek als bijna laatste uit het hotel in Tblisi. Ook Stefan en Rob hebben nog wat gewacht om van Frank en Liliane afscheid te nemen. De herstelling van de motor zou meer kosten dan hij nog waard is, en ze hebben besloten hem hier achter te laten. De garagist neemt hem over als waardeloos wrak. Om dat alles op papier te regelen gaan ze seffens naar de notaris, zodat ze bij het verlaten van het land zonder de motor geen importheffing moeten betalen. Nu rij ik helemaal alleen, want Stefan en Rob rijden mij te snel. Ik neem de oude weg naar Gori. Die weg is in goede staat, en leidt mij doorheen kleine dorpjes op een mooie hoogvlakte naar Gori, de stad waar Iossip Stalin geboren is, en waar een museum aan hem gewijd is. Ik vraag voor alle zekerheid meerdere keren de weg. De oudere mensen spreken hier allemaal ook nog Russisch. Ik moet hen zelfs niet aanspreken. Wanneer ik stop komen ze spontaan naar mij toe. Vaak denken ze dat ik een Rus ben omdat ik hen in het Russisch aanspreek. Ik zal dat nog vaak meemaken de komende dagen. Ik vertel hen dan onmiddellijk dat ik in België woon, hetgeen dan terug een heel gesprek op gang brengt over de reis, hoeveel kilometers, langs waar, in hoeveel dagen… ( Anastassia, nog eens bedankt!! ) Het eigenaardige is bovendien dat ik Russisch van de Georgiërs vaak beter begrijp dan dat van de Russen zelf; vermoedelijk spreken ze trager en daardoor duidelijker.

Het landschap is opnieuw bucolisch, maar dan nog meer dan in Rusland. Kudden schapen en koeien dwarsen de weg. De herders zijn ditmaal niet verborgen onder grote capes. Achteraan hinkelen de tragere dieren, vaak mankepoten. Ook wordt de horde dan nog gevolgd door een stel ezels die de ganse bepakking dragen. Vermoedelijk zijn deze mensen dagen, weken, maanden onderweg van de ene graasplaats naar de andere. Zo gebeurde het hier vermoedelijk vele eeuwen geleden ook reeds. Ook varkens zie ik hier en daar in de berm. Daar moet ik voor opletten, want die zijn onberekenbaar en kunnen plots snel de weg oprennen.

In een dorpje zie ik een groep mannen verzameld rond een groot zeil. Ik stop en zie dat er hompen vlees verdeeld worden. Vermoedelijk is hier zonet een beestje geslacht: een schaap of een rund. Soms gebeurt dit in het kader van een feest dat op til staat. Morgen is het zaterdag, en dan trouwen veel koppeltjes.

In Gori kom ik net aan bij het museum van Stalin als de anderen buitenkomen en aanstalten maken om verder te rijden. Ide doet zijn beklag dat hij niet binnen mocht in de treinwagon van Stalin, maar dat hij zijn geld teruggeëist heeft. Aan de ingang ontmoet ik opnieuw de Française van gisteren, een zakenvrouw die de wereld afreist voor haar werk, en hier een daar een cultureel graantje meepikt. Ik vind het museum heel interessant. Het geeft je het gevoel dat je zelf telkens in de buurt was, toen Stalin al die zaken besliste of in gang zette, die zoveel het aanschijn van onze huidige wereld bepaald hebben. Wij hebben als West-Europeanen heel weinig besef in welke mate de Rusland en later de Sovjet-Unie door de eeuwen heen toch de geschiedenis mee geschreven hebben. Het geboortehuis van Stalin is heel erg eenvoudig. Erom en boven heen is een soort mausoleum gebouwd. De treinwagon waarmee hij zich verplaatste over de immens Sovjet-Unie is op slot. Een man op een bankje vertelt me in het Russisch dat ik de sleutel moet gaan vragen aan de vrouw aan de receptie. De treinwagon is de moeite waard: lijkt op een grote luxueuze mobilhome avant la lettre.

Dan terug de motor op. Ik stop om te tanken. Hier mag ik mijn tank volledig vullen; in Rusland moest ik op voorhand zeggen (en betalen) hoeveel liter ik wilde. Een man komt op mij af, begroet me en biedt me een thee aan. Hij is de patron. We gaan samen op zijn tuinbank zitten in het gras achter het tankstation en converseren wat. Hij in het Engels, ik in het Russisch. Beide zo goed en zo kwaad als het kan. Hij werkt voor een Azerbeidjaans olieconcern dat hier in Georgië een keten van tankstations heeft. Plots staat hij op en met twee takjes raapt hij een grote rode rups op van wel 10cm lang en een dikke vinger dik. Hij werpt de rups in een grote betonnen bassin; dat is eten voor zijn vissen, zegt ie, en toont mij één van de drie ellenlange vissen die er rondzwemmen. “Om op te eten?”, vraag ik hem. “Zeker !” antwoordt hij lachend.

Ik trek weer verder. De thee heeft mijn eetlust toch wat opgewekt en enkele kilometers verder ga ik lunchen in een restaurantje waar ook wat vrachtwagens staan: een slaatje met twee koteletten en aardappelpuree. De kotelet is een soort gebakken frikadel van lamsvlees en varkensvlees, heel lekker, en de puree is in feite stamppot.

Wat verder kom ik nog Erik en Willem tegen, maar die rijden aldra volle bak weg. Ik doe niet mee want mijn Transalp verandert bij hogere snelheid al gauw in een Tranzwalp.

In Kutaisi is de weg opengebroken, en moet ik een stuk vreselijke kasseibaan nemen, die dan nog deels ingezakt is en op een heel steile helling ligt. Daarna is het nog een kilometer overheen opengebroken baan. Ik steek met mijn Transalp moeiteloos de vele taxi’s voorbij die hier tussen de putten zigzaggen. Enkele kilometers verder zie ik ze terug bij het klooster van Motsameta. Dit is prachtig gelegen op een rots tussen de groene heuvels. Het klooster is gebouwd als een burcht, en moet vroeger zelfs een ophaalbrug gehad hebben. Het is volledig gerestaureerd, en het kerkje is nog in gebruik. Enkele relatief jonge monniken? zijn aan het bidden of luidop monotoon teksten aan het declameren. Ze doen dit samen, of relayeren elkaar. Soms gaat er één buiten (de smartphone…), of komt er iemand anders met hen spreken. Ondertussen komen toeristen af en aan, lopen rond, nemen foto’s. Het is warm geworden, en ik ben moe van de lange klim naar boven. Ik ga zitten op een bankje in de schaduw naast de kerk om even op adem te komen, en drink mijn flesje water leeg.

Dan weer verder naar het Gelati klooster, slechts enkele kilometers verder op. Dit is eigenlijk een door muren omgeven minidorpje met huizen, schuurtjes en kerkjes. Deze site is erkend en beschermd door de Unesco als werelderfgoed. Er zijn restauratiewerken aan de gang, voorlopig nog enkel aan de buitenkant, en dat is hard nodig want door vocht of regeninsijpeling zijn reeds vele van de prachtige fresco’s in de kerk zwaar beschadigd. Ook vandalisme heeft hier lelijk huisgehouden. Dit is duidelijk te zien aan de verdwenen gezichten van de heiligen overal daar waar men er maar aan kon. Een vrouw van dertig à veertig jaar komt op mij af en begint spontaan in het Engels uitleg geven: de centrale afbeelding van Maria is nog intact omdat het een mozaïek is. Ik weet niet goed of zij iets verwacht van mij, luister even naar haar, maar zeg zelf zo weinig mogelijk, en ze gaat stil weg. Een andere wat oudere vrouw houdt de wacht aan de ingang van de kerk en speelt op haar GSM; haar voortdurend getik op de GSM weergalmt door de kerk.

Om Tskaltubo te bereiken moet ik weer door Kutaisi langsheen de opengebroken weg. Kutaisi heeft een mooi centraal plein met een prachtige sculptuur van paarden. Tskaltubo is een kuuroord, met een prachtig centraal park. Wij zijn gelogeerd in het mooi gerenoveerde majestueuze Plaza Hotel. Het personeel is vermoedelijk gerekruteerd uit de lokale bevolking, en geeft een onwennige en onzekere indruk; maar allee, ze zijn vriendelijk en doen toch hun best.

Vandaag had ik zonder twijfel de mooiste motortrip tot nu toe op deze reis. Spijtig dat ik deze dag niet kon delen met Liliane en Frank.

Eddy schreef:

Vrijdag 15 mei. René heeft een nieuwe route uitgestippeld want die van Dafne kan niet gereden worden: die leidt over het gebied van Zuid-Ossetië, een afgescheurd en afgesloten gebied. Vrij vlug na onze start begint het te regenen tot op ongeveer 15 km van Gori. Daar gaan we het Stalin-museum bezoeken. Het is gevestigd op de bovenverdieping van een groot, adellijk huis. De toegangsprijs is 15 Lari. Je mag dan ook een kijkje nemen in de spoorwagon van de grote Jef met aan boord een badkamer met ligbad, een keuken, enz.

Na Gori zijn er 2 mogelijkheden: de korte route of de lange route door de bergen. Na mijn eerdere ervaring kies ik voor de korte samen met Patrick en Martin. Dit levert vele kilometers motorplezier over brede, goede slingerwegen.

We stoppen ergens aan een restaurantje en ik word direct aangesproken in het Frans door een man die me vertelt dat hij in Luik in het tweede team heeft gespeeld. Ik vraag hem of dat bij Standard was. Hij bevestigt en zegt nadien in lagere afdeling te hebben gespeeld tot een knieblessure zijn carrière eindigde.

We komen toe in Tskaltubo en verblijven in het Tskaltubo Plaza hotel. (64967 km)

We krijgen er avondeten in buffetvorm; een Turkse Efes kost 7,7 Lari. Benzine kost in Georgië 75 eurocent.

Dag 16 (zaterdag 16 mei 2015):

Kutaiso > Batumi GE 200 km

Het is een kort rit vandaag, en het ontbijt verloopt dan ook rustiger. We blijven wat langer tafelen. Ik heb met enkele anderen afgesproken om tien uur te vertrekken.

Wanneer ik om tien uur beneden kom is iedereen echter reeds vertrokken. Alleen rijden heeft echter zijn voordelen. Ik hoef geen rekening te houden met de beperktere mogelijkheden van de anderen wat betreft de keuze van de weg. Ik volg de weg die op mijn Lumia aangeduid sta. Over het algemeen een mooie weg, maar hier en daar diepe gaten in de weg, die je gemakkelijk omzeilt omdat er bijna geen verkeer is. Een kwartiertje later bereik ik reeds de grote weg naar Batumi. Aangezien het nogal bewolkt is, en het weer in de bergen nogal onvoorspelbaar is, besluit ik op de grote weg te blijven in plaats van de route door de bergen te nemen, welke Dafne uitgetekend heeft. Omdat het zaterdag is valt het vrachtverkeer nogal mee. Op de weg zie ik nu en dan een dode hond liggen. Er zijn in Georgië veel loslopende honden langs de weg… Langs een grote weg is er altijd heel wat economische aktiviteit; er is dan ook veel ‘couleure locale’ op te snuiven. Politie rijdt af en aan, met opzichtige zwaailichten, maar ik zie ze nergens een auto aanhouden en verbaliseren.

Dan bereik ik de Zwarte Zee. Die wordt zo genoemd omdat het er vaak bewolkt is en de zee dan een donkere dreigende aanblik heeft. Dit deel van de kust is min of meer de Cote d’Azur van Georgië, en Batumi vermoedelijk dan de koningin der badsteden, een rol die ze slechts ten dele waar maakt. Heel wat luxe en prestigeprojecten, maar armoe en verval alom.  Wij zitten echter gelogeerd in een prachtig luxueus hotel in het hartje van Batumi.

Vandaag slenter ik nog enkel wat rond in de buurt van het hotel. Buiten heerst een aangename temperatuur, maar het is bewolkt. Er wordt voor morgen regen voorspeld en daarna mooi droog weer. Het wordt 15u40. Ik heb wat achterstand met mijn verslag, en installeer mij in een restaurantje in Batumi, tokkel wat op de laptop en neem ondertussen mijn lunch. Niet ver van mij zitten twee jonge vrouwen te converseren met elkaar in het Russisch en weten natuurlijk niet dat ik flarden van hun gesprek opvang.

Omdat er morgen slecht weer voorspeld wordt in de streek waar ik mijn volgende etappe gepland heb, boek ik nog een nachtje bij in dit hotel. Ik sluit mij dan enkele uren op in mijn hotelkamer om de gebeurtenissen van de laatste dagen snel nog op papier te zetten, voor broeder Alzheimer met zijn grote gom afkomt. Ik ga ’s avonds eten met Rob, Stefan en Ide in Café Adjara. Hiermee neem ik reeds ten dele afscheid van de RideOnMotorsbende, want zij nemen morgen de ferry naar Odessa, Oekraïene. Ide trakteert als afsluiter nog eens, want zijn zoon wordt vandaag 42 jaar.

Ik probeer morgen ook nog eens een profiel te schetsen van deze bonte groep mensen, die gedurende de laatste twee weken gepoogd hebben het met elkaar te vinden op deze zware trip.

Eddy schreef:

Zaterdag 16 mei. Ik rijd samen met René, Erik en Willem. De route loopt over kilometers gravelweg; we nemen die niet. Langs alle wegen lopen er koeien, varkens en ganzen, soms ook op de weg, vooral koeien. De varkens zijn kleiner dan de onze maar hebben schijnbaar grotere oren en een kwispelende, langere staart.

We gaan de bergen over via slingerwegen. Erik en Willem scheuren weg, ik volg op afstand en René doet het op eigen tempo. Beneden wachten we hem op en andermaal komen mensen vooral naar mijn motor kijken. Andermaal willen ze de prijs van de machine weten. Opnieuw zeg ik dat het een oude machine is (12 jaar) en dat die €15.000 kostte maar dat het nieuwe model €20.000 kost. Ze kunnen hun oren niet geloven.

We gaan weer verder en passeren een politievoertuig. Ze roepen iets door hun geluidstoestel naar René die eerst rijdt en ze gebaren ons trager te gaan. Ze zetten de achtervolging met sirene in op René en even verder laten ze ons allemaal stoppen. We worden alle vier onderworpen aan de ademtest, die uiteraard negatief is. Hierop vraagt de agent René zijn documenten die zijn internationaal rijbewijs overhandigt. De andere agent (de chauffeur) is blijkbaar een etnische Rus (blond). Hij vraagt of iemand van ons Russisch spreekt. Dus is het weer aan mij. Hij vraagt of we naar Batumi onderweg zijn. Dan zegt hij dat we meer afstand dienen te houden. Ik leg hem uit dat we in België ‘baksteengewijs’ rijden.  Dat is blijkbaar niet goed en we moeten afstand houden.  Ik vraag hoe groot die afstand dan wel moet zijn : 20 meter.  Ik moet iets doen en vraag hem welk dienstwapen hij heeft en zeg erbij dat ik met pensioen ben maar voordien bij de politie werkte en een Glock 17 als dienstwapen had. Hierop reikt de ‘Rus’ me de hand en wenst me nog een behouden reis, dat doet hij ook aan de anderen en ook de ‘Georgiër’ schud ons de hand. René vraagt zich af hoe Rob zich daar had uitgeluld.

De Georgische politie is uitgerust met grote voertuigen van het merk Ford, voorzien van blauwe en rode flikkerlichten die constant in werking zijn. Bovendien zijn sommige voertuigen vooraan uitgerust met staven om andere auto’s te kunnen rammen. Het uniform is volledig op Amerikaanse leest geschoeid: zwart met de nodige badges, verchroomde graadtekens en nummers, en een veelhoekige kepie.

We komen aan in Batumi en verblijven in hotel Galogre waar ik een kamer alleen krijg. (65167 km)

We gaan met 9 eten op het terras van een ‘Duits’ restaurant. Nadien wandelen we door de stad die niet aantrekkelijk is maar wel enkele aantrekkingspunten heeft in de vorm van enkele moderne torens. Met Martin en Patrick neem ik de kabelbaan maar het uitzicht wordt verpest door het slechte weer.

Na nog een Guinness in de plaatselijke ‘pub’ ga ik naar het hotel. Ik heb geen honger gezien het erg late middagmaal.

Dag 17 (zondag 17 mei 2015):

Rustdag in Batumi GE 

Om acht uur sijpelt langzaam de ganse bende de ontbijtzaal binnen. Niemand is gehaast, behalve Willem, Erik en René, die seffens vertrekken naar Turkije, hopend dat de regen toch nog zal meevallen. Zij volgen min of meer dezelfde route als ik naar Ararat, en vervolgens naar Istanbul. De kans is echter klein dat ik ze nog inhaal. We hebben in elk geval elkaars telefoonnummer nog. Ze  nemen vriendelijk afscheid van iedereen in de ontbijtzaal  en om negen uur hoor ik ze de motoren starten en wegrijden, terwijl wij nog rustig aan de ontbijttafel het avontuur van de afgelopen weken bespreken.

Ik ga dan naar mijn kamer en begin aan de definitieve planning van de komende week: ik boek alvast een hotel in Kars via Booking.com. Het hotel wordt aangeprezen in mijn Lonely Planet, en er is een privéparking voor de motor. Terwijl ik het over de motor heb toch even vermelden dat de motor vlekkeloos functioneert. Hij verbruikt geen druppel olie; het enige onderhoud is het regelmatig oliën van de ketting, welke ik enkele dagen terug ook eens lichtjes aangespannen heb. Aan dat slijtagetempo doe ik er nog eens Alaska-Vuurland of de Zijderoute bij. Terwijl de anderen hun motor bepakken en zich klaarmaken om af te zakken naar de ferry, smeer ik nog even de ketting. Ik neem persoonlijk afscheid van allemaal, stap ook op mijn motor en begeleid hen naar de haven, terwijl ik ze nog eens vereeuwig op mijn helmcamera. Dan gaan ze onder de slagboom door en blijf ik alleen achter.

Het afscheid van de Ride-Onmotorsgroep

Ik ga nog tanken en keer dan terug naar het hotel. Vervolgens ga ik te voet terug naar de haven, neem de zeteltjeslift naar een hoog gelegen rots, en kan van daar uit de hele stad overzien, evenals de ferry GREIFSWALD die nog rustig aangemeerd ligt in afwachting van de afvaart vanavond om 19 uur.

Ondertussen is het bijna twee uur, dus lunchtijd. Mijn keuze valt op een Oekraïens restaurant. Het is zondag, en nog heel wat mensen stuiken nu pas het restaurant binnen om te eten. Via het menu kom ik te weten dat de Russen hetzelfde woord gebruiken voor ‘tong’ en voor ‘taal’. Voor mij wordt het in het Russisch bestelde kippesoep, gevolgd door gebakken vlees en aardappelen, welke daarna nog even samen gestoofd zijn met groenten. Lekker, grote porties, verzorgd en goedkoop. Het feit dat ik in het Russisch bestel brengt alweer wat verwarring teweeg: de dienster vraagt mij of ik Rus ben. Maar mijn aarzeling en mijn beperkte woordenschat maken haar al snel duidelijk dat ik maar een beginneling ben. Ik eet niet alles op, want het is echt te veel. Het schijnt ten andere onbeleefd om alles op te eten. Het zou kunnen betekenen dat de gastvrouw mij tekort gedaan heeft. Als ik vanavond nog honger zou hebben kom ik terug, maar dat is weinig waarschijnlijk.

Dan volgt een grote digestief doorheen het mondaine deel van Batumi. Mijn voeten doen er pijn van, maar mijn eten is tenminste gezakt. In het hotel vang ik een uiltje gedurende een half uurtje, en ga dan weer nog even op stap, vooraleer mij voor deze avond definitief terug te trekken in mijn eenzame hotelkamer. Ik skype nog even naar de familie thuis: Kobus zingt een liedje voor mij dat hij leerde in de kleuterklas. Wij mogen niet lachen, het is hem grote ernst !

Nu nog het dagprogramma van morgen samenstellen en de blog bijwerken, en straks nog eens naar Christien proberen skypen.

Dan is het hier alweer 21 uur en zit de dag er op.

Eddy schreef:

Zondag 17 mei. ’s Nachts word ik wakker van een geweldig onweer maar ’s morgens is de regen voorbij. René, Erik en Willem vertrekken naar Turkije en gaan dus niet verder mee. Om 11u30 rijden we naar de haven waar we moeten inschepen op een vrachtferry, MV Greifswald, gebouwd in 1988 in de DDR en in 1994 aangepast.

Alain rijdt mee en filmt ons allemaal maar blijft dan achter in Batumi. Hij zal daar nog wat bezoeken doen en dan verder rijden naar Turkije.

De motoren moeten aan de kant gezet worden en kunnen pas als laatste aan boord. Wij gaan als voetganger aan boord en passeren er de paspoortcontrole.

Om 17 u kunnen de motoren aan boord. We sjorren ze zelf vast met spanriemen.

Er is ook een Oekraïense motard aan boord: Boris. Op het schip is er een strikte uurregeling voor de maaltijden waarvoor je juist een half uur krijgt. Het eten is echter van erg goede kwaliteit hoewel sommigen commentaar hebben op het door mij gekende ‘Russisch’ eten.

De kajuit is ruim met zicht op zee. De bar stelt niet veel voor en barman Vladimir is best een aardige kerel hoewel hij enkel Georgisch bier uit blik kan schenken.

Rob is plots de sociale kerel die hij al de vorige avonden niet was. Hij heeft een aantal DVD’s en speler bij die hij laat aansluiten op de TV in de bar. Volgens mij probeert hij klanten te ronselen voor volgende reizen want de meeste DVD’s gaan over tochten in diverse landen.

Dag 17+1  (maandag 18  mei 2015):

Batumi GE > Kars TR 300 km

epilude2-2500km

Vandaag is het dag op dag 60 jaar geleden dat mijn ouders trouwden. Ze zijn niet meer samen, maar toch blijft dit voor mij (en ik denk ook voor mijn broer en zussen) een heuglijke dag, waarbij het toch past om eens dankbaar terug te denken aan hun jeugdige beslissing om samen door het leven te gaan, en ons vervolgens het leven en een onvergetelijke jeugd en opleiding te schenken.

Maar nu zit ik hier weer in die eenzame hotelkamer in die verre uithoek van de wereld, maar niet voor lang. Straks openen zich weer nieuwe horizonten die mij zullen vervullen met een zalig gevoel van vrijheid.

Om tien over acht ga ik ontbijten, maar er staat nog zo goed als niets klaar. Dat was gisteren om  uur wel totaal anders. Ik ben voorlopig de enige klant, en wacht geduldig tot de drie dames voldoende klaargezet hebben, om mij al iets te laten kiezen. Een brede glimlach van een van hen laat blijken dat ze mijn geduld waarderen. Tijdens het ontbijt ontvang ik enkele SMS’jes van Willem om mij te waarschuwen voor problemen in Turkije. Zij hebben te kampen gehad met wateroverlast en weggespoelde wegen, en hebben moeten omrijden.

Ik betaal mijn hotelkamer met mijn laatste Lari’s en met mijn Visakaart, en laat het hotel, en vervolgens Batumi achter mij, en tuf naar de grens, 15 km verderop. Dicht bij de grens passeer ik voorzichtig een eindeloze file vrachtwagens. Dat belooft… Aan de grenscontrole zelf is alles geblokkeerd door politie en barrages. Ik rij langzaam wat dichter tot bij een agent, en deze stuurt mij terug. “Naar Batumi?” Vraag ik. Hij knikt. Ik negeer dit en parkeer mij wat verder om te weten te komen wat er gaande is. Door de hevige onweders van de laatste nachten zijn rotsblokken op de weg terecht gekomen, en dreigen er nog te vallen. Men gaat de losse rotsen dynamiteren, en dan het puin van de weg verwijderen. En inderdaad, wat later klinken enkele enorme knallen. Nu nog wachten tot de weg vrijgemaakt is, en de grens weer open gaat. Dat duurt wel twee uur. Ondertussen heb ik mijn motor verplaatst tot net naast een grote Mercedes met ‘Corps Diplomatique’ plaat. Dat bleek een goede zet, en ik ben bij de eerste om de grenszone binnen te rijden. Alles gaat relatief vlot tot aan de laatste controle, waar ik teruggestuurd wordt voor een grondige controle. Hiervoor plaats ik de motor midden in een enorme hangaar, ik moet naar buiten gaan, en die kleine motor wordt daar door een enorm machien gescand. Die denken zeker dat ze met die scanner een paar honderd verstekelingen gaan opsporen, of een treinvracht mortiergranaten?

Ga om verder te lezen terug naar de Homepage en lees Deel 3

.

.