2020 Oost-Europa

Osteuropa 2020 (Deutsch)

Negen jaar terug startte ik deze blog op, in opvolging van de e-mails welke ik bij vorige reizen naar mijn familie stuurde. De reis ging toen richting Oekraïne. Opnieuw gaan we nu oostwaarts. Vermoedelijk wordt dit de laatste blog welke ik als dusdanig publiceer, zichtbaar voor het brede publiek.

Op het moment dat ik deze blog schrijf ben ik reeds onderweg, maar is het precieze doel van de reis nog niet gekend. De lezer zal mijn reisroute gaandeweg samen met mij ontdekken…

De eerste dagen reis ik doorheen Duitsland, Oostenrijk en Hongarije, logeer ik bij Martine en Tjeerd, Lisa en Udo, en vervolgens in hotels, terwijl geleidelijk aan de compagnie steeds groter wordt. En naarmate de groep aangroeit, wordt ook het weer steeds beter.

We doorkruisen het mooie Sauerland, en het verrassende Frankische Zwitserland, om dan via Beieren Oostenrijk binnen te rijden naar het Salzburgse achterland.

Net voor ik zou vertrekken kwam ik te weten dat de reis voor mij niet zou kunnen doorgaan, omdat Roemenië een quarantaineperiode van 14 dagen oplegt aan Belgen. Een telefoontje aan de Roemeense ambassade bevestigde dit gerucht, en ontnam mij elke hoop dat deze verplichting de komende weken zou wegvallen.

Dan maar plan B opgescharreld: met Udo meereizen tot Oostenrijk, en dan alleen verder, laverend omheen Corona risicogebieden, wie weet tot in Griekenland?

Ondertussen, jullie raden het al, kreeg ik onderweg het bericht dat Belgen dan toch Roemenië binnen mogen, en ben ik nu op weg naar het Beloofde Land.

Dag 20 (Donderdag 23 juli 2020):

Sölden (Au) – ? (D)

Vroeg opgestaan en toch nog trouw mijn verslag bijgewerkt. Ik kijk naar buiten en zie dat dit stadje diep ingesloten zit tussen hoge bergruggen. Nevel en wolken maken de hemel bijna onzichtbaar, maar geleidelijk aan zie ik toch wat blauwe veelbelovende flarden doorschemeren.

Straks vatten we voorzichtig de terugweg noordwaarts aan.

Dag 19 (Woensdag 22 juli 2020):

Flachau (Au) – Unterpeischlach (Au)

Gans mijn lichaam protesteert wanneer ik probeer op te staan. Die wandeltocht was misschien toch wat te zwaar, en de matras net iets te hard. Naarmate mijn koffie begint te werken, het buiten licht wordt en de eerste zonnestralen over de bergkam de vallei binnenvallen voel ik de stijfheid toch zachtjes wegebben.

Het ontbijt mag er wezen; het buffet is niet overdadig, maar toch redelijk uitgebreid. Ik neem enkele broodjes, en een snee ‘schwarzes brot’. Van dat laatste vraag ik mij af of de scherpe smaak nu door het zout komt of door de kruiden die er in verwerkt zitten, kortom toch net iets téveel van het goede. Als afsluiter neem ik nog een kleine portie yoghurt met bosvruchten, lekker, en nog net eetbaar zonder suiker toe te voegen.

Op de planning staan vandaag de Alpen, in westwaartse richting, hoewel dat in de bergen niet altijd zomaar te kiezen valt.

We proberen de ganse dag de grote hoofdassen te vermijden, nemen wel tien kleine, maar daarom niet minder hoge, alpenpassen, doen ons onderweg even te goed aan een paar koffies, een broodje en een apfelstrüdel, en komen in een zwaar onweer terecht op zo’n acht kilomter van het hotel dat ik onderweg boekte. Donder, regen en bliksem slaan ons even rond de oren, maar tien minuutjes later staan we reeds druipend voor de balie van Hotel Sonnenheim in Sölden, een pensionnetje gerund door een kleine vriendelijke bejaarde dame.

Het is ondertussen reeds halfacht. Snel de bagage naar de kamers, en dan op zoek naar iets te eten, wat in zo een groot skioord geen probleem zou mogen zijn. Hoewel er redelijk wat volk blijkt rond te lopen zijn de meeste zaakjes dicht. Vele mensen boekten hier appartementjes waar ze zelf kunnen koken, en contact met andere mensen kunnen vermijden. Het restaurant dat we uiteindelijk toch vinden, wat dieper het stadje in, is dus maar weinig gevuld. Na die grote apfelstrüdel van daarstraks beperken we ons tot een slaatje, en gaan dan terug naar het hotel. Op het marktplein staat een grote tent van doorzichtig plastic, waar een orkest een typisch staaltje Oostenrijkse ‘blaasmusik’ ten beste geeft. Alles mooi georganiseerd, de stoeltjes ver uit elkaar, en wij veilig buiten.

Dit was me het dagje wel: van gans mijn leven nog nooit zoveel op en neer gekrinkeld en gekronkeld, bijna tien uur aan een stuk.

Dag 18 (Dinsdag 21 juli 2020):

Flachau (Au) – Unterpeischlach (Au)

Lang en goed geslapen. Ik hoor nu en dan al een motor ronken in de garage onder mijn kamer.

Ontbijt, afscheid van Christiane en Thomas, rustige motortocht met Udo over de Grosglocknerpas.

We bereiken het hotel Sportland in het minidorpje Unterpeischlach. Hier is ‘social distancing’ geen opgelegde maatregel, maar een dagdagelijks feit, jaar in jaar uit. De oorspronkelijke hoteleigenaar heeft hier een sportzaak opgericht met aanbod van vooral wild water rafting, en heeft de hotel business van zijn familie overgelaten aan blijkbaar een koppel jonge vrouwen, aan de tongval te merken uit Hongarije?.

We drinken even iets in de Imbiss an der Kaiserbachbrucke, en vatten dan een zware beklimming aan naar de Oblasser Stausee, driehonderd meter hoger gelegen. Het wordt een lastige beklimming langsheen een mooi gemarkeerde boswegel, even blijven hangen, en dan langs dezelfde weg terug naar beneden, ruim twee uur weg. Vervolgens over een vlakke grindweg naar Huben, 2500m verderop, waar we hopen een restaurantje te vinden waar we wat kunnen eten. Het restaurant heeft vandaag net haar sluitingsdag, maar gelukkig vinden we een cafeetje waar we een pizza kunnen eten, de eerste van deze reis. Dan nog 2500 meter terug, alweer de mooie bosweg, voldoende ver van de drukke verkeersader doorheen de vallei. Eerst doorheen het bos, dan langsheen de wei, waar enkele  bomen met kweeperen mij er aan herinneren dat ik bij mijn thuiskomst op zoek moet gaan naar deze vruchten waarmee je zo lekker geurende gelei kan maken.

Om half negen ga ik naar mijn kamer en lig om negen uur al onder de wol.

Dag 17(Maandag 20 juli 2020):

Parndorf (Au) – Flachau (Au)

Heerlijk geslapen, maar toch wat te kort. Mijn lichaam is nog ingesteld op de Roemeense tijdzone, waardoor ik reeds om vier uur wakker word. Maar dus toch wat langer tijd om te genieten van deze frisse mooie ochtend in een oase van rust, luxe en eenvoud.

Er volgt dan alweer een uitzonderlijk ontbijt, dus een continue inspanning om te weerstaan aan de verleiding tot overdaad.

Vandaag rijden we terug naar Flachau, en zal de groep daar uit elkaar vallen, om ieder zij eigen weg weer verder te zetten. Ikzelf heb nog geen plannen om de terugreis aan te vatten. De eerste afvallers zijn Gerhard en Monica, het koppel Oostenrijkers, ze blijven  hier nog wat langer ter plaatse vooraleer naar huis te gaan. Gerhard bleek een zeer goede staartrijder van de groep, altijd vriendelijk en geduldig wachtend indien iemand ook maar even achterbleef.

We rijden ontspannen, met zeven motoren maar, doorheen het mooie Stiermarken. De route gaat regelmatig over hele smalle veldweggetjes, tot ergernis van Christine, die wat meer moeite heeft om hier haar zware GS onder controle te houden. Naarmate we vorderen en het hooggebergte inrijden worden we meer gedwongen de enige doorgang door de valleien te nemen, met drukker verkeer en minder rijplezier.

Het hotel in Flachau is hetzelfde als bij de heenreis. Ik heb ditmaal een grote luxekamer met terras op het gelijkvloers in het bijgebouw. De motoren staan er ondergronds in de kelder. Gelukkig wordt de kelder ’s nachts afgesloten om de nachtrust te garanderen.

Bij het avondmaal worden de terugkeerplannen besproken. Thomas en Christiuane overwegen eerst om ook nog wat langer in de Alpen te blijven, maar besluiten dan om toch in twee dagen naar huis te rijden. Udo en ik zullen er iets langer over doen, en blijven hier nog even langer in de Alpen hangen, langzaam opschuivend naar het Westen, profiterend van het mooie weer dat ons nog rest tot zeker het einde van de week. Bijkomend voordeel is dat we ons toch alweer wat extra quarantaine dagen opleggen, ver van die grote groep bijwijlen luidruchtige brallende Duitsers, hetgeen toch al wat meer gemoedsrust oplevert voor het thuisfront.

Ditmaal ga ik toch eens vroeg slapen

Dag 16 (Zondag 19 juli 2020):

Resita (Ro) –  Parndorf (Au)

Ik sta wat vroeger op omdat ik absoluut wat achterstand in mijn verslaggeving wil inlopen. Ik heb goed geslapen, ondanks de drukke weg vóór het hotel. Nu pas hoor ik dat er buiten op dit vroege ochtenduur toch nog wat lawaai is; passerende auto’s, en een paar mensen die nogal heftig luid discussiëren. Ik zie dat het geregend heeft. Vanaf zes uur hoor ik het ook rommelen in de andere kamers.

Straks ontbijt in twee shifts op het kleine terras buiten. Het zal drummen worden voor een tafeltje onder een parasol. Het is mij  iet duidelijk waarom in sommige etablissementen wel kan binnen gezeten worden en in andere niet. Om halfacht is het onze beurt. Gelukkig regent het niet meer, is de zon er zelfs al, en is het er dus lekker toeven. Het personeel heeft zijn best gedaan om er een mooi geheel van te maken, maar doordat alles moet opgediend worden, kunnen ze het werk nauwelijks bijbenen. Het is lekker en verzorgd, en … teveel. Dit mooie moderne hotel midden de verouderde stad illustreert hoe hortend en stotend Roemenië de eenentwintigste eeuw als het ware met een verouderde stoomlocomotief binnenrijdt.

We verlaten de stad en zien even later aan onze rechterzijde het openlucht locomotiefmuseum, dat we gisteravond links hadden laten liggen. Een tiental zwart glimmende locomotieven staan er te pronken.

Veel glorie valt vandaag niet op te rapen. We hebben 600 km voor de boeg. De eerste 100 km verlopen nog langsheen gewone wegen, maar dan gaan we de autostrade op. Het is gelukkig fris en zwaar bewolkt weer, maar voorlopig droog.

We moeten de Roemeens-Hongaarse grens over via een kleine grenspost, gespecialiseerd in gevaarlijke stoffen en besmettelijke producten. Er staat een enorme file. We mogen als groep motorrijders een speciale rijstrook volgen, zodat we hier hoogstens een kwartier oponthoud hebben. Van controle is nauwelijks sprake; een vluchtige blik op de identiteitskaart is voldoende.

De passage doorheen Hongarije gebeurt in ‘transit’: we moeten op de autosnelweg blijven, mogen slechts een beperkt aantal restops aandoen, en moeten vandaag nog het land verlaten. Dus resten ons nu nog 400 kilometers asfalt tot in Oostenrijk.

Nu en dan moeten we doorheen een zware plensbui, maar we kunnen telkens snel weer opdrogen.

Aan de Hongaars-Oostenrijkse grens worden we afgeleid naar alweer een heel kleine douanepostje, waar de controle iets intensiever gebeurt: we moeten er allen even zwaaien met het resultaat van onze corona-test. Hier is het mooi en warm weer, en we profiteren van de stop om onze regenkledij uit te trekken en op te bergen.

Alles samen slechts 10 minuten oponthoud ditmaal, zodat we een half uurtje later mooi opgedroogd de bagage kunnen afladen aan het gloednieuwe Pannonia Tower Hotel. Van Corona-gekte is hier zo goed als geen sprake meer. Maar de ´social distancing’ wordt wel goed gerespecteerd.

Dit mooie luxehotel is een mooie afsluiter van een toch wel bijzondere reis doorheen Roemenië, bijzonder omwille van de omstandigheden in dewelke deze reis diende te verlopen. De reisorganisatie heeft in elk geval bijzondere inspanningen gedaan om alles optimaal te laten verlopen, en zonder hun hulp achter de schermen was zo een reis doorheen Roemenië niet mogelijk geweest zonder problemen. Het moet mij toch van het hart dat deze reisformule mij niet echt past, en ik deel deze mening met Udo, Thomas en Christiane. Door de grootte van de groepen was er te weinig mogelijkheid om rekening te houden met de individuele wensen om her en der even te stoppen, een zijsprongetje te wagen, de snelheid even aan te passen.

Het avondmaal is er een in buffetvorm, waarbij ik van al het lekkers een klein beetje probeer te proeven zonder mijn nachtrust in gevaar te brengen. We blijven lang aan tafel zitten, iets te lang.

Voldaan vlei ik mij neer op mijn zachte bed, en zak onmiddellijk heerlijk zachtjes diep weg, dieper, dieper…

Dag 15 (Zaterdag 18 juli 2020):

Drobeta-Turnu Severin (Ro) – Resita(Ro)

Het heeft deze nacht inderdaad geregend. Van enig echt onweer heb ik echter niets gemerkt, hoewel ik niet goed geslapen heb op dit harde bed, dat er mij elk half uur aan herinnerde dat malse vetkussentjes toch ook hun voordelen kunnen hebben.

Het ontbijt vindt plaats buiten op het terras. Ik ben gelukkig redelijk vroeg, moet niet lang aanschuiven aan het ontbijtbuffet, en kan een mooi droog tafeltje inpalmen onder de grote betonnen luifel.

Vandaag rit langs de Donau, noordwestwaarts, waar de machtige rivier zich de afgelopen miljoenen jaren een doorgang geforceerd heeft doorheen de bergen, hierbij een kloof dal vormend met grote rotsachtige wanden.

Vervolgens doorheen een Natuurpark langs het stadje Anina, tot in Resita, een mijnstadje.

Mooi modern hotel. Triestig stadje. Kleine wandeling. Zonnig. Grote wandeling. Moe. Eten op terras. Regen. Muggen. Slapen. Morgen vroeg op.

Dag 14 (Vrijdag 17 juli 2020):

Sibiu (Ro) – Drobeta-Turnu Severin (Ro)

Om vijf uur word ik langzaam wakker, maak een koffie en eet de pannenkoek die ik gisteravond niet meer wou of kon naar binnen stampen. Een paar dadeltjes vervolledigen mijn vroege eerste ontbijt.

Het ontbijt is ruim bemeten, raakt niet eens half op en verdwijnt als lunch in de frigobox op mijn motor. We vertrekken vandaag iets vroeger en zullen de Transalpina rijden, alweer een episch route doorheen de Zuidelijke Karpaten, en net voorzien van een nieuwe laag asfalt. Kleine bochtige wegen voeren ons tot aan de voet van de Zuidelijke Karpaten, welke Roemenië van Oost naar West doorkruisen, en het bosrijke Transsylvanië scheiden van de grote Donauvlakte. De weg is droog, maar de regen van de afgelopen dagen heeft hier heel wat kleine aardverschuivingen teweeggebracht met op vele plaatsen opgedroogde modder en zand. Ook zijn er heel wat kleine wegenwerken.

We rijden voorbij een paar antieke stuwdammetjes. Na een uurtje begint de eigenlijke beklimming van de bergrug, de Transalpina, van Ciocadia via Novaci naar Sebeș, 148 kilometer lang, mooi kronkelend over gloednieuw asfalt. Dat lijkt perfect, maar is het niet. Banden kleven minder goed aan vers asfalt, en de donkere kleur kan de aanwezigheid van olie en water verdoezelen. Ineens begint het wat te druppelen, en allen trekken we regenkledij aan. Er zijn verschillende bergruggen na elkaar, waardoor de beklimmingen en de afdalingen elkaar opvolgen, tot een hoogte van bijna 2200m, en daarmee de hoogst gelegen weg in Roemenië. Tweemaal rijden we op zo een pas doorheen de wolken, waarbij een lichte motregen ons net niet gans doorweekt. Gelukkig blijven mijn bottienen droog, want ze zijn niet waterdicht meer. Op een paar plaatsen staan kraampjes en proberen de Roemenen wat geld te verdienen met het verkopen van prullaria. Ook lamsvelletjes worden hier aangeboden, te vergelijken met dat ene dat ik kocht in 2011, toen ook in Roemenië. Maar verder is deze streek nog ongerept, en behalve de mooie weg zijn er weinig sporen van enig menselijk ingrijpen. De weg werd 1800 jaar geleden aangelegd door de Romeinen tijdens hun oorlogscampagne tegen de Daciërs, maar werd pas verhard in 1935 in opdracht van Koning Carol II, waardoor de weg ook Koningsweg genoemd wordt.

Zuidwaarts komen we geleidelijk in de grote Donauvlakte, die reikt tot aan de Zwarte Zee, het vroegere Walachije, en dáár voor, ten tijde van de Romeinen, Thracië. Walachije was van de late middeleeuwen tot het midden van de negentiende eeuw een vorstendom. De bekendste vorst Vlad Dracul (waarvan de naam Dracula), die de Ottomanen op afstand hield, en gevreesd was omdat hij zijn vijanden spietste op een houten staak. Walachije smolt na de Eerste Wereldoorlog met Transsylvanië en Moldavië samen tot het huidige Roemenië.

We rijden westwaarts tot we de Donau bereiken in Drobeta-Turnu Severin. Daar nemen we intrek in Hotel Continental, een groot oud hotel daterend van onder het communistisch regime. Het is hier drukkend warm. Daar zou wel eens onweer van kunnen komen.

Mijn kamer situeert zich op het zesde verdiep, in feite het achtste als je er de tussenverdiepen bijtelt. Mijn kamer heeft een mooi uitzicht  uit op de Donau, met aan de overzijde Servië. Er is ook de spoorweg, de haven, en een prachtig gebouw met toren waar de pompiers in gevestigd zijn. Het is net vijf uur, dus heb ik nog ruim tijd voor een wandelingetje. De winkels zijn echter net gesloten. De mensen gaan haastig naar huis. Het weekend staat voor de deur. Op mijn tocht door de stad merk ik op dat Roemenië in vergelijking met vele andere Oost-Europese landen toch nog een heel grote achterstand heeft. Dit deel van het land heeft dan ook niet veel toeristische troeven. Van vroegere welstand is ook niet veel te merken, hoewel hier en daar toch iets mooi op te rapen valt. Maar om een grote gloednieuwe kerk te zetten is dan wel weer geld. Dat is vooral dienstig ter versteviging van het huidige regime.

Bij het avondeten krijgen we weer de zoveelste variante van kippensoep. Ditmaal weer op basis van Bulgaarse yoghurt, erg lekker, waarbij ik de portie van Thomas oplepel, die al die Oosterse zure melkproducten niet erg ziet zitten. De hoofdbrok is dan weer een lap varkensvlees met puree, gevolgd door lekkere flan, gelukkig niet te groot.

Het is ondertussen donker aan het worden, en we gaan nog snel even op stap voor een wandeling langs de Donau en vervolgens het grote centrale plein vóór het hotel. De straten zijn volgelopen met mensen, die de warmte en de bekrompenheid van hun armtierige woningen even ontvluchten.

Na een uurtje, en voorzien van de nodige muggensteken, hou we het voor bekeken, en zoeken terug het hotel op.

Dag 13 (Donderdag 16 juli 2020):

Rustdag in Sibiu (Ro)

Gisteren kregen we te horen dat het bezoek aan het Draculakasteel niet doorgaat. Voor mij geen tegenvaller. Ik bezocht reeds vroeger dat van Oravsky Hrad in Slovakije, dat diende als decor in de Dracula filmklassieker “Nosferatu” uit 1922.

Straks bieden we ons allen aan voor een Coronatest in een nabij gelegen privékliniekje. Oostenrijk eist een Coronatest van mensen die uit Roemenië komen. De reisorganisatie neemt de kosten op zich. Terzelfdertijd kan dit aan het thuisfront een gerust gevoel geven dat wij volgende week niet met een ´vuile´ ziekte weerkeren.

Er was vorige week een toename van het aantal Coronagevallen in Roemenië, echter lang niet te vergelijken met wat we in België zagen. De regering wil geen tweede lockdown, hoe succesvol die ook was ( België deed het tien maal slechter). Het land zit met 1 miljoen extra werklozen, en een toeristische sector die plat ligt, aan de grond. En dat het hier net wat beter ging zie je duidelijk in dit stadje Sibiu, dat rondom een prachtig gerestaureerde oude stadskern bruist van moderniteit en economische groei.

Sibiu is een middeleeuws stadje, één van de zeven burgen die samen omstreeks 1200 Transsylvanië vormden. Ze kregen door de eeuwen heen grote voorrechten van de andere Europese landen op voorwaarde dat zij een sterke militaire buffer zouden vormen tegen de uit eht Oosten oprukkende Mongolen, en later de Ottomanen. Die burgen zijn dan ook echte burchten, genre Gravensteen in Gent, maar dan heel veel groter, met een echte stadskern binnenin.

Ik ga omstreeks 8u naar beneden en controleer nog even de motor. Alles lijkt OK. Ondertussen komen ook de anderen van mijn groep er aan en vertrekken we samen naar het medisch centrum 2km verderop. Ze zijn goed georganiseerd, hebben aan personeel geen gevbrek, maar de afnamewissers hebben een dikke top, wat voor ons een meevaller is, want dan volstaat een veegje in de keel, en twee vooraan in de neus. Zoals ik reeds vermoedde was de schrik voor braakreflexen de reden waarom we nuchter moesten blijven. Morgen krijgen we het resultaat. Indien positief moeten we 14 dagen in quarantaine, eerst 2 dagen in een hospitaal, daarna nog 12 dagen op een zelf gekozen? adres. Net zoals bij ons zijn deze procedures zo lek als een zeef, maar doorspekt met vervelende bureaucratie.

Terug in het hotel staat het ontbijt klaar, netjes verpakt in een plastic zak zoals een lunchpakket. Het oogt wat rommelig met al dat plastic op de tafel, maar het is lekker, gezond, en ruim voldoende.

Christiane heeft gisteren haar mobieltje achtergelaten in het hotel in Sighisoara, en ze rijdt er straks met Thomas heen om het op te halen. Udo gaat op zoek naar een stuk slang voor zijn koelsysteem. Ikzelf installeer mij op het terras onder de luifel om mijn reisverslag van gisteren af te werken.

Gerhardt heeft een nieuwe achterband laten monteren op zijn motor, het was hard nodig. De mekanieker Catalin kan Udo helpen om de kapotte koelwaterslang te vervangen. Samen met zijn zoon, die met zijn brommertje over en weer rijdt om de nodige onderdelen te halen, wordt de reparatie op minder dan een uur uitgevoerd op de parking vóór het hotel. De man vertelt dat hij ook motoreizen organiseert doorheen Roemenië, maar dat momenteel volledig stilgevallen is.

Nu zitten we weer op ons gemak. De reis kan weer zorgeloos verder.

Ons hotel is gelegen net buiten de stad, dichtbij het vliegveld. Een bus komt ons om drie uur ophalen voor een geleid bezoek aan de binnenstad. Op deze reis worden we begeleid door een eigen gids, Michael, die perfect Duitstalig is. Vele Roemenen spreken vlot Duits, omdat hier overal Duitse scholen zijn, maar ook omdat Duits meestal als tweede taal op school wordt onderwezen. De zeven Burgen van Transsylvanië werden immers 800 jaar terug gesticht door Duitsers uit Saksen, en Transsylvanië behoorde ook enige tijd tot het grote Oostenrijks-Hongaarse rijk.

Bezoek aan de stad… Ondertussen zijn Christiane en Thomas ons komen vervoegen op de Piata Mare (Grote Plaats).

Als afsluiting van het geleide bezoek hebben we nog een uurtje vrij. Dat benutten we door eerst nog wat verder te wandelen, de grote Orthodoxe kerk te bezoeken, en vervolgens een lekker ijsje te eten op een terrasje. Het is ondertussen al halfzeven geworden. Straks brengt de bus ons terug.

Het avondeten om halfacht is er eigenlijk teveel aan, en blijft grotendeels onaangeroerd. We blijven nog lang nakeuvelen op het terras. Pas tegen middernacht ga ik onder de wol.

Dag 12 (Woensdag 15 juli 2020):

Sighisoara (Ro) – Sibiu (Ro)

Heerlijk ontwaken in een zacht bed. Maar lang kan ik toch niet blijven liggen. De eerste uren van de ochtend zijn voor mij vaak erg aangenaamst, wijl de gedwongen stilte en de langzaam verdwijnende stramheid mij dwingen tot een zachtjes kabbelend levensritme. Om acht uur zit iedereen reeds aan de ontbijttafel. Een grote nogal struise dienster wervelt als een orkaan tussen alle tafels door en bedient quasi op haar eentje de meer dan veertig gasten. Ze laat niemand wachten, en is bezorgd dat ook maar iemand iets tekort zou komen.

Om 9u30 zetten we aan voor de koninginnenrit van deze reis: de Transfagarassan pas. Deze pas overheen en doorheen de Zuidelijke Karpaten geldt als één der mooiste autowegen van de wereld. Vijf jaar terug ondernam ik ook reeds een poging om hem over te steken, maar was te vroeg op het jaar, en strandde toen in de sneeuw, net vóór de top.

Interesse in wat mooie beelden? Vriend Goegel zal je zeker helpen.

Aan de zuidzijde, net vóór Curtea de Argos, waar de grote Donauvlakte begint, proberen we de avondspits te vermijden door langs wat kleine dorpjes te rijden, maar de onnauwkeurigheid of verkeerde instelling van de GPS van de groepsleider voert ons langs een stuk onverharde weg, waarbij Christine even aarzelt op een moeilijks stuk, valt, en dan weigert om nog zelf verder te rijden op onverhard. Geen nood, we zijn met genoeg man om de motor weer vijfhonderd meter terug te rijden. Hierbij moet wat over en weer gereden worden, waarbij Udo, zoals vaak iets té enthousiast en behulpzaam, zelf valt, en daarbij wat schade oploopt aan de motor. Daarbij raakt zowel zijn carter en zijn koelsysteem lek. Ondertussen heb ik aangepapt met een boertje op een tractor. Hij heet Nicolas, woont hier vlakbij, en gaat door het jaar heen werken in Italië, waardoor we, hij in het Italiaans, ikzelf in een mengelmoes van Frans, Spaans en Latijn, een leuk gesprek voeren. We overlopen de mogelijkheden om onze route verder te zetten, waarbij ik toch de langere route over asfalt verkies boven de resterende 6 kilometer over onverhard, evenwel 50 kilometer korter.

Wonderwel blijkt het olieverlies enkel veroorzaakt door het loskomen van de olie aflaatplug, welke snel teruggevonden wordt. Christiane en Thomas gaan op zoek naar olie, terwijl de rest van de groep reeds de route hotelwaarts hervat. Nicolas passeert ondertussen op zijn tractor en staat er op om ons uit de nood te helpen met wat olie welke hij thuis nog heeft staan. Ondertussen hebben we het koelwaterlek voorlopig kunnen doen stoppen met wat duct-tape en drie kabelbindertjes. Water heb ik in voldoende hoeveelheden in de koffer.

Voorzichtig vatten we de terugtocht aan. Onderweg vervoegen Thomas en Christiane ons, blij verwonderd dat de motor terug rijdt. Onze wedervaren van vandaag zijn evenwel nog niet voorbij. Er resteren ons nog meer dan 100 kilometer op een drukke weg, nog zwaar bemoeilijkt door enorme wegenwerken. Het begint bovendien nu en dan lichtjes te druppelen. Stilletjes komt Sibiu dan toch dichterbij, en bij onze aankomst staat ons dinerpakket reeds te wachten, en is het nog heerlijk droog en warm zitten op het terras vóór het hotel.

De kamers zijn gans nieuw, maar veel merk ik daar niet van want het bed lonkt, en omzwelgt mij algauw in een diepe slaap.

Dag 11 (Dinsdag 14 juli 2020):

Vatra Dornei (Ro) – Sighisoara (Ro)

Inderdaad goed geslapen!

Ik trek de gordijnen ope. Een mooie staalblauwe hemel valt binnen in de kamer. Ik doe even het venster open, maar de ijskoude lucht noopt mij het raam onmiddellijk weer te sluiten. We zitten hier op meer dan 800 meter en de gemiddelde jaartemperatuur is nauwelijks vier graden. In de winter kan het hier makkelijk gaan tot minus 35. Te samen met het goede weer is er plots ook weer internet aanwezig.

Ik prepareer een koffietje, ditmaal met lekker water dat ik gisteravond in de winkel kocht, want het kraantjeswater is hier echt niet te drinken, en smaakt zelfs door de koffie heen. Ik werk mijn achterstand bij en publiceer de verslagen van voorbije dagen.

En nog meer goed nieuws: er is ook weer écht warm water. De tijd gaat snel voorbij, en ik moet mij alweer haasten om mooi op tijd klaar te staan om te gaan ontbijten, al gekleed in motorpak, en met al 1 stuk bagage die reeds in de motorkoffer kan.

Het ontbijt is beter dan gisteren: twee warme paardenogen in plaats van koude hardgekookte eieren, en échte English Breakfast Tea.

De rit doorheen de Oostelijk Karpaten verloopt voorspoedig, zij het dat we door wegenwerken een enorme omweg moeten maken, maar dat is dan ook niet echt een straf als je graag motor rijdt. Wat het rijden betreft valt de groep erg mee: allen zeer ervaren rijders, waarbij niet in het minst de drie vrouwen. De discipline is perfect, waardoor binnen zo een grote groep van negen zich geen gevaarlijke situaties voordoen. We slagen er goed in samen te blijven doordat op kop en staart en in het midden telkens een duidelijk fluogele rijder aanwezig is.

Roemenië staat hier duidelijk nog met één been in de middeleeuwen, getuige daarvan de vele paardenkarretjes beladen met een kleine hoeveelheid hooi, welke zorgvuldig op alle mogelijke plaatsen bij elkaar gesprokkeld wordt met de zeis. De bermen zijn dan ook goed onderhouden, en dat volledig gratis!

De mensen zijn vrolijk en ontspannen. Onze passage wordt geïnteresseerd gevolgd. Kinderen zwaaien aan de kant van de weg, de allerkleinsten zelfs geholpen door papa of oma. Ondertussen verdwijnt geleidelijk de kou, en gaat het windbrekerke weer de koffer in.

Nieuwe huizen wisselen af met oude traditionele woningen, sommige in verval, andere goed onderhouden. Dorpjes zijn vooral georganiseerd in lintbebouwing, wat onze snelheid beperkt, maar ook mogelijk geeft tot voldoende sightseeing. We gaan eerst de Karpaten over, of beter doorheen, want we volgen meestal enkele grote rivieren, en bereiken dan de grote Moldavische vlakte die reikt tot de Zwarte Zee. Dit gebied, Moldova, was één van de drie regio’s welke honderd jaar terug samengesmolten zijn tot Roemenië. Dáárvoor was nooit sprake geweest van één land, zodat Roemenië als dusdanig slechts een heel korte bestaansgeschiedenis heeft. Nu heet dit gebied Bucovina. Mooie grote steden zijn er hier niet. De weinige en dan nog kleine steden zijn hier heel functioneel ontstaan rond administratieve en economische bedrijvigheid. Behalve leuke taferelen langs de kant van de weg valt hier dan ook niet veel op te rapen, zodat we na de middag stilletjes weer het heuvelland van de Karpaten in duiken, weer Transsylvanië in, om dan ruim na zessen Mercure Hotel Binderbubi in Sighisoara te bereiken. Hier is het aangenaam warm weer.

Het hotel is prachtig en goed georganiseerd. En de Roemeense vrolijke toets is ook alweer aanwezig: wanneer ik een handdoek probeer te nemen, dondert het ganse rek met alle handdoeken naar beneden. Het water aan de lavabo is gelukkig lekker warm, maar hoe lang ik het water aan de douche ook laat lopen, het blijft koud. Dan maar eens naar de blauwe kant opdraaien, en jawel, dan spuit het warme water vrolijk in het rond.

Om half acht gaan we eten. We zitten buiten op het terras. Het eten wordt corona-vrij opgediend in plastic warmhoudverpakkingen, á la MacDonald, maar dan iets stijlvoller. Wanneer ik wat mayonaise vraag voor de frietjes, vliegt de ober dienstvaardig naar de keuken. De mayonaise laat wel even op zich wachten, wijl de frietjes koud worden en dan toch maar ongeduldig en verkleumd één voor één in mijn mond verdwijnen. En dan plots is de ober er terug met een triomfantelijk mooi schaaltje vers bereide échte mayonaise, nét op tijd om nog mijn allerlaatste frietje even in te dippen…

De reisleiding komt met de mededeling dat de reisplannen iets wijzigen, omdat een coronahaard opgedoken is in Brasov, het voormalige Kronstadt. Wat een toeval, het mag nu wel Coronastadt genoemd worden. In plaats daarvan gaan we twee nachten verblijven in Sibiu, het voormalige Hermannstadt. Voor vijf jaar was ik ook in Roemenië en is een bezoek aan Brasov er ook niet van gekomen.

Na het diner krijgen we gelegenheid om deel te nemen aan een geleide avondwandeling doorheen Sighisoara. De Roemeens gids die onze reis begeleidt laat zich hier plos van zijn beste kant zien, en blijkt een onvermoeibare verteller over de rijke geschiedenis van zijn land.

Na de rondleiding, hij kan maar niet stoppen, doet hij ook nog eens het ganse verhaal van de Roma of zigeuners in zijn land, op een rustige respectvolle, en soms wel humoristische manier.

Het is ondertussen bijna middernacht. Na de ganse dag op de motor heb ik toch nog meer dan elfduizend échte stapjes in de wereld gezet. Ik ga naar boven en val doodvermoeid onmiddellijk in slaap.

Dag 10 (Maandag 13 juli 2020):

Rustdag in Vatra Dornei (Ro)

Moet het nu net in dít hotel zijn dat we twee nachten blijven, en waar de hotelfaciliteiten minimaal zijn. Het was voor de organisatie moeilijk om een hotel te vinden voor zoveel gasten.

Toen ik gisteren ging slapen had ik het nog koud, maar het wijntje heeft zijn effect niet gemist, want ’s nachts heb ik het donsdeken van me af gegooid, en sliep ik wat onrustig. Geen wijn meer! Toch redelijk uitgerust sta ik om zes uur op, prepareer een koffie, en ga aan het werk. Aangezien ik de reis niet zelf organiseer, dien ik achteraf telkens op te zoeken waar we precies gepasseerd zijn, en wat ik waar gezien heb. Dit is nu wat lastiger gezien er geen internet is.

Om acht uur gaan we ontbijten, alweer in de Happy Inn, buiten in de kou. Ik bestel thee, maar krijg een vruchtenaftreksel van wilde bessen, wat niet echt mijn ding is, en al zeker niet bij het ontbijt. Het is ongeveer tien graden, maar gelukkig droog. Er wordt vandaag niet meer dan 15 graden verwacht, maar veel zal afhangen van de zon, en de hoogte waarop we ons bevinden.

De wandeling door het park warmt me gelukkig wat op. Dan snel motokledij aan en me klaarmaken voor een uitstap op de motor naar een oud Moldavisch kloostertje. De rit is mooi, langsheen prachtig aangelegde wegen, hoewel hier en daar nog wegenwerken aan de gang zijn.

Het Moldovitaklooster wordt onderhouden door nonnen, die in een mooie grote nieuwbouw op een groot domein naast het oude klooster wonen. De kerk is klein en relatief eenvoudig, en omgeven door versterkte muren. Die kloostergemeenschappen van vroeger waren dan ook rijk, meestal bestaande uit monniken, vandaar de noodzaak aan bescherming.

Unesco Werelderfgoed samen met 7 andere kloosters.

Het kerkje werd begin 16e eeuw gebouwd onder koning Stefan De Grote van Moldavië. Deze vocht 36 veldslagen tegen het Ottomaanse rijk en won 34 van hen. Hij was zeer religieus en bouwde een kerk na elke overwinning. Zijn onwettige zoon Petru Rareş, die Moldavië regeerde na hem, gaf kunstenaars de opdracht om het interieur en exterieur te bedekken met uitgebreide fresco’s (portretten van heiligen en profeten, scènes uit het leven van Jezus). De schilderingen hebben door de eeuwen heen veel te lijden gehad van vandalisme en weersinvloeden.

Eén van de nonnen geeft ons een heel uitgebreide rondleiding. Ze lijkt aanvankelijk wat stuurs, maar algauw komt ze op dreef, mede door de klaarblijkelijke interesse van haar vele toehoorders. Ze vertelt ook over haar leven als non ten tijde van Ceaucescu.

Na ruim een uur is ze dan toch uitverteld, en gaat tevreden weg. We lopen nog wat rond en begeven ons dan in groep om te gaan lunchen, een kilometertje verderop. Ik neem net zoals Udo een koffie en wat pannekoekjes met zure room, cottage cheese, en rozijnen. Lekker, maar toch niet zo lekker als in Rusland.

Toch eerst nog een extra toertje op de moto naar de bergpas van Rarau, tot op een hoogte van 1500 meter, net naast de Rarau piek welke nog eens 100 meter hoger is. We bevinden ons hier in de Oostelijke Karpaten.

Omstreeks vier uur zijn we terug in Vatra Dornei, en hebben nog wat tijd om te shoppen en nog eens door het stadje te gaan wandelen.

Dag 9 (Zondag 12 juli 2020):

Cluj Napoca (Ro) – Vatra Dornei (Ro)

Toch weer een rustige nacht gehad. Van het feestgewoel gisteren is niets meer te merken. Het ontbijt vindt plaats binnen in het normale restaurant van het grote hotel.

We brengen een blitsbezoek aan het centrum van Cluj Napoca, en houden even halt aan de grote basiliek waar net een viering plaatsvindt. De zingende priester is tot buiten te horen. Op het plein voor de kerk staan is een kleine boerenmarkt aan de gang.

Dan begeven we ons oostwaarts de heuvels in, waar ons een lange rit doorheen een bucolisch landschap wacht. We rijden hier de Bucovina in, eigenlijk Moldavië, niet te verwarren met het gelijknamige kleine landje dat naast Roemenië ligt.

We passeren ontelbare kleine dorpjes. Sommige tellen wel vier kerken. Hier en daar is een misviering aan de gang, vaak tot op de motor te horen, zelfs met mijn oordoppen in. De kerkgangers zijn op hun zondags, maar ik zie slechts één oude vrouw in typische Moldavische klederdracht. Er is nog veel verkeer, hoofdzakelijk oude goedkope wagens.

Het is opletten voor koeien op straat. Hier en daar grote kudden schapen in uitgestrekte weiden. In deze streek kocht ik 9 jaar terug een schaapsvelleke voor het zadel van mijn Transalp. Alles erg groen; het regent hier vermoedelijk veel, maar daar zijn we voorlopig van gespaard gebleven. Het is nochtans bewolkt en fris, maar toch aangenaam om te rijden.

De aankomst in Vatra Dornei is net op tijd want door de grote hoogte werd het toch wat te koud, en nu het begint het ook nog net wat te regenen, eerst zacht, dan met volle kracht, maar het deert ons niet want we zijn reeds binnen. Het hotel geeft maar een belabberde indruk, maar de kamer lijkt in orde, eerder wat oubollig, maar ik dat hoort er bij. Ik laat het warme water alvast lopen om te kunnen douchen, maar echt warm wordt het niet. Dan maar met lauw water, ik had een lekker opwarmertje best kunnen gebruiken na de eerder frisse rit.

Stadskledij aan en terug naar beneden, voor een fikse wandeling. Het regent nog steeds pijpestelen, en de paraplu komt goed van pas, want mijn rode regenjasje is niet echt waterdicht. Met vieren wandelen we door de bijna verlaten stad. Het is dan ook zondagavond. Alles winkels zijn dicht, evenals de meeste horecazaken, mede door de corona-pandemie. Deze vormt hier weliswaar geen probleem, maar de angst zit er nog wel in, gezien in het zuiden van het land nog heel wat brandhaarden zijn. Thomas krijgt natte voeten, en we keren terug naar het hotel. We hebben ondertussen kunnen vaststellen dat Vatra Dornei een mondain skioord is, met nog heel wat pompeuze en soms ook wel sierlijke relieken van een meer roemrijk verleden.

Er is geen internet, maar ik begin toch reeds het verslag aan te vullen, tot het tijd wordt om te gaan souperen. De keuken van ons hotel is nog niet operationeel, dus gaan we eten in een pensionnetje wat verderop in het uitgestrekte park. We moeten op het overdekte terras zitten, maar krijgen gelukkig enkele dekens om over de knieën te leggen. Het eten is niet om over naar huis te schrijven, te zout en te vet. Ik neem er uitzonderlijk een glas wijn bij, om wat op te warmen.

Terug in het hotel kruip ik al snel onder de wol.

Dag 8 (Zaterdag 11 juli 2020):

Oradea (R) – Cluj Napoca (R)

Mijn wekker loopt af om 6 uur ´s morgens lokale tijd. Ik heb zeer goed geslapen. Het is nog rustig buiten, maar dat duurt niet lang; al snel komen de wegwerkzaamheden naast het hotel op gang.

Ik slaag er in om het verslag van gisteren af te werken, en ga naar beneden om te ontbijten.

Elk hotel heeft zijn eigen Corona-formule. Wij vormen een groep van bijna vijftig man en dienen daarom te ontbijten afgescheiden van andere hotelgasten op het eerste verdiep. Het ontbijt wordt aangeboden onder de vorm van een buffet, maar is toch relatief eenvoudig of eerder beperkt. Ik laat het mij toch smaken en beperk mij enigszins zodat ik straks niet in slaap val op de motor

Vandaag rij ik tussen de drie dames welke de groep rijk is: twee vóór mij, 1 achter mij. Het ritme van de groep ligt hoog. Volgens onze rijervaring en rijvaardigheden zijn we opgedeeld in vijf groepen. Udo heeft ons laten opnemen in de hoogste groep. Gisteren had men twijfels over mijn rijvaardigheden omdat mijn voorzichtigheid de groep soms teveel lijkt op te houden. Ik laat mij echter niet intimideren door enkele mannetjesputters, en probeer veiligheid voorop te stellen. Samen met de dames vorm ik een tussengroep die de haantjes voorop en achteraan wat in toom houden, zodat ze zich wel móeten gedragen als ´gentlemen’.

We houden halt aan een houten kerkje. Het is prachtig gerestaureerd en de tuin is erg verzorgd. Een welgekomen rustpunt.

We rijden langsheen Beius, en slaan linksaf in Stei, het Parcul Natural Apuseni in. (Natuurpark van de groene bergen)

We rijden over enkele kleine passen, de Pasul Vartop op 1160m, en de Pasul Ursoaia op 1320m.

We stoppen aan iets wat ons een terrasje lijkt, maar in feite enkel een pensionnetje is. De gids vraagt of we er koffie kunnen krijgen. Jawel, maar dan enkel koffie en water. We worden vriendelijk bediend door de jonge vrouw, waarna blijkt dat ze er absoluut geen geld voor wil. Vermoedelijk heeft ze daar geen vergunning voor, en wou ze toch haar gastvrijheid tonen.

We passeren veel kleine dorpjes. Sommige zijn mooi en goed onderhouden, andere dan weer eerder grauw en vervallen. Hier en daar lopen jongeren en kinderen, mager en onverzorgd. Vermoedelijk behoren ze tot de Roma-minderheid.

Het is erg mooi weer, maar de temperatuur is draaglijk omdat we op zo’n duizend meter zitten.

We rijden dan weer een uurtje ‘rustig’ verder tot aan een meer. Er zijn veel toeristen, en het kost even moeite om een restaurantje te vinden met uitzicht op het grote stuwmeer Belis-Fantanele. Roemenië is een vrolijk land. Er is altijd wel iets leuks. Hier zijn het de vrolijke toiletten. Wanneer je binnenkomt brandt het licht reeds erg uitnodigend, maar gaat dan plots vroegtijdig uit, inderdaad, nog voor de boodschap afgewerkt is. De heren krijgen 15 seconden, wat met onze motopakken en onze leeftijd wel erg krap is; de dames krijgen iets langer, wel 20 seconden, maar toch net niet meer voldoende om nog het papier te vinden.

We verlaten het Natuurpark, richting Cluj Napoca, een grote universiteitsstad. We laten die rechts liggen, en komen aan in Hotel Sunny Hill, even buiten de stad gelegen in de groene heuvels. Het is hier drukkend warm. Het is zaterdagavond, en in het hotel zijn enkele kleine en grote feesten aan de gang. De kinderen en jonge ouders lopen af en aan. Zijdelings staan kleine groepjes rokers.

Ik ga douchen en neem vervolgens de motor eens onder handen. Bij de GS beperkt dat onderhoud zich tot een klein beetje olie bijvullen: nauwelijks 200 ml na zo een tweeduizend vijfhonderd kilometer. Morgenvroeg controleer ik de bandenspanning, wanneer de banden goed koud staan.

Ik vervoeg onze groep op het terras, maar er is aan de tafel geen plaats meer. Ik word prompt uitgenodigd om aan te schuiven bij een andere groep: Ze willen allen wel eens ‘der Belgier’ uithoren.

Bij het avondmaal krijgen we eerst een soort zure Bulgaarse yoghurtsoep. Smaakt wat naar braaksel, maar is best lekker. Dan nog een slaatje, koteletjes en gebakken aardappelen. Eenvoudig en smakelijk. We blijven lang tafelen, en wanneer blijkt dat er nog wat dessertijsjes over zijn, laten Udo en ik het ons extra smaken.

Het is nog niet laat, en ik zet mij aan het werk om het verslag aan te vullen. Wanneer ik mijn bedsponde opzoek hoor ik in de verte nog steeds het gebonk van het feest beneden dat nog volop aan de gang is. Het deert mij niet en ik val onmiddellijk in slaap.

Dag 7 (Vrijdag 10 juli 2020):

Györ (H) – Oradea (R)

Even voor vijf uur word ik wakker. Ik heb bijna onafgebroken zeven uur geslapen. Een koffie helpt mij alle stijfheid uit het lijf te verjagen, en algauw zet ik mij aan het werk. Buiten hangt nog wat fris ochtendduister, waardoor de maan opvalt tegen de donkerblauwe achtergrond. Wanneer ik het venster open hoor ik geen vogeltjes, maar geraas van de autosnelweg even verderop.

We kunnen hier alweer vroeg ontbijten, zodat het vertrek straks om 9u niet overhaast hoeft te gebeuren. Er is een redelijk uitgebreid ontbijtbuffet. We lijken de enige gasten van het hotel.

Om negen uur vertrekken we en gaan al gauw de snelweg op richting Budapest. We rijden tot in het centrum van de stad, doorheen de tunnel onder de citadel, en dan over de enorme kettingbrug over de Donau. We houden hier een uurtje pauze, en gaan dan even te voet de brug over. Er staat hier een deugddoende bries, zodat we even kunnen uitwaaien en bekomen van de hitte.

Dan weer motor op, de stad uit, de snelweg op en in snel tempo naar Roemenië, slechts even onderbroken door een tankpauze en een koffiepauze.

De grenspassage verloopt vlot. Van urenlange files aan de grens is geen sprake meer. Een vluchtige blik op e-ID en motorinschrijvingsbewijs volstaat.

We komen relatief vroeg aan in het hotel, met dien verstande dat we toch een uur verliezen door het tijdsverschil met Midden-Europa. Snel douchen en samen met Christiane en Udo de stad in. Thomas blijft in het hotel. Hij is verwoed sporter en heeft een vervelende knieblessure welke hem hindert bij het gaan. Het stadsbezoek lijkt niet veel te worden. Eerst overheen een opengebroken weg, vervolgens doorheen een achterbuurt met tot op de draad versleten appartementsblokken, om dan te belanden in een lange straat met huisjes waar de tijd honderd jaar lijkt te hebben stilgestaan. Maar we belanden zodoende het centrum, en beleven ons moment van glorie te midden van een explosie van Jugendstil huizen. Het is vrijdagavond, en er stromen reeds heel wat mensen toe om te kuieren doorheen de lange verkeersvrije winkelstraat, waar de kleine terrasjes en gelateria nu al goede zaken doen. Ook wij laten ons verleiden. Het meisje achter de toog spreekt Engels en is vriendelijk, maar haar ogen stralen wanneer ik haar met ´Merci beaucoup’ aanspreek. De Roemenen zijn trots op hun Romaanse roots.

We kuieren dan zachtjes terug naar het hotel langsheen een lange allee naast de rivier, overschaduwd door enorme linden. Verliefde koppeltjes hebben zich geïnstalleerd op de gras- en lommerrijke oevers. Onder een pergola speelt een groepje jongeren op een oude piano. Wat verder speelt een man ‘Jeux interdits’ op zijn gitaar. Wat een mooie afsluiter van een saaie en lastige dag.

Het avondmaal is eenvoudig maar best lekker. Opvallend is dat er weinig groenten geserveerd worden.

Daarna gaan we met onze motogroep nog op het hotelterras zitten om de planning van morgen te bespreken. Het wordt algauw 11u30 voor ik mij in bed begeef. Ik val onmiddellijk in slaap.

http://alainopreis.be